Wanneer de dieren vastgebonden worden, moet het daarvoor gebruikte touw, halster of ander materiaal zo sterk zijn dat het onder normale vervoersomstandigheden niet kan breken en lang genoeg zijn om de dieren, indien nodig, de gelegenheid te geven te gaan liggen, te eten en te drinken. Voorts dient dit materiaal zo ontworpen te zijn dat ieder risico van wurging of verwonding wordt voorkomen. De dieren mogen niet aan de hoorns, geweien, poten of neusringen worden vastgebonden en zij mogen evenmin met hun poten samengebonden worden vervoerd. De dieren mogen uitsluitend worden vastgebonden met middelen die snel kunnen worden losgemaakt.
Hoofdstuk
Artikel 18
Vastbinden van dieren
Onderdeel van Europese Overeenkomst inzake de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer (herzien)· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 8 augustus 2008