Naar hoofdinhoud
1. Een doorgeleidingsverzoek moet schriftelijk worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten en moet de volgende inlichtingen bevatten: wijze van vervoer, de eventuele andere Staten van doorreis en de Staat van de beoogde eindbestemming; personalia van de betrokkene (naam, voornamen, geboortedatum en, in voorkomend geval, geboorteplaats, nationaliteit, aard en nummer van het reisdocument); voorgenomen plaats van grensoverschrijding, tijdstip van overdracht en eventueel gebruik van begeleiders; een verklaring waarin wordt gesteld dat volgens de verzoekende Partij is voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 9, lid 1 en 2, en dat er geen redenen bekend zijn voor een weigering op grond van artikel 9, lid 3. 2. De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij brengt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij onverwijld schriftelijk op de hoogte van de toestemming voor de doorgeleiding, met bevestiging van de plaats waar de grens wordt overschreden en het geplande tijdstip van de doorgeleiding, of van de weigering van de doorgeleiding en de redenen daarvoor. 3. Aan de door te geleiden persoon en eventuele begeleiders worden de noodzakelijke faciliteiten met het oog op toegang tot de nationale of internationale zone van de luchthaven van de aangezochte Partij verleend. 4. De bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij steunen, mits in onderling overleg, de doorgeleiding, met name door toezicht op de betrokkenen en stellen daartoe geschikte voorzieningen beschikbaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel