Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit :
het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen en het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen;
verdragen inzake uitlevering en doorgeleiding;
het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
het Internationale Verdrag van 19 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten;
het Verdrag van 10 december 1984 tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing;
het Europese Verdrag van 26 november 1987 ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing;
het Europese gemeenschapsrecht waaronder het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en de op 19 juni 1990 gesloten Overeenkomst ter uitvoering van genoemd Akkoord van Schengen;
internationale asielovereenkomsten, met name de Verordening (EG) Nr 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke Lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij één van de Lidstaten wordt ingediend;
internationale conventies en overeenkomsten betreffende de overname van vreemde onderdanen. In het bijzonder geldt dit voor de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago van 7 december 1944
Artikel 13
Onverminderde toepasselijkheid
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en Bosnië-Herzegovina betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende personen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2008