**1.** In deze Overeenkomst wordt verstaan onder
„Nederlandse schepen": de in een Nederlands binnenschepenregister officieel ingeschreven binnenschepen, waarvoor een verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart is afgegeven;
„Oostenrijkse schepen": de in een Oostenrijks binnenschepenregister officieel ingeschreven binnenschepen, die volgens de voorwaarden van het „Schiffahrtsgesetz" (de Scheepvaartwet) in zijn huidige en toekomstige versie eigendom zijn van Oostenrijkse staatsburgers, van maatschappen of rechtspersonen, en waarmee personen of goederen worden vervoerd;
„bevoegde autoriteiten": voor het Koninkrijk der Nederlanden de Minister van Verkeer en Waterstaat, en voor de Republiek Oostenrijk de Bondsminister van Verkeer, Innovatie en Technologie, voor zover de respectieve nationale rechtsordes niets anders voorzien;
„havens": de zee- en binnenhavens, laad- en losplaatsen, alsmede de aanlegplaatsen van passagiersschepen.
**2.** In deze Overeenkomst wordt verstaan onder
„transitovervoer":
vervoer, waarbij op schepen van de ene Overeenkomstsluitende Staat personen of goederen door het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Staat worden vervoerd.
„wisselvervoer":
vervoer tussen havens van beide Overeenkomstsluitende Staten met schepen van de Overeenkomstsluitende Staten, waarbij personen of lading worden opgenomen of afgezet;
„vervoer door derden":
vervoer tussen havens van beide Overeenkomstsluitende Staten met schepen van een derde staat, waarbij personen en lading worden opgenomen of afgezet;
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de binnenvaart· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 april 2007