**1.** Geschillen over de interpretatie en toepassing van deze Overeenkomst worden door rechtstreekse onderhandelingen tussen de bevoegde autoriteiten geregeld. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, worden de geschillen langs diplomatieke weg bijgelegd. Indien een geschil ook langs deze weg niet kan worden bijgelegd, dient het op verzoek van een van beide Overeenkomstsluitende Staten ter definitieve beslechting te worden voorgelegd aan een uit drie scheidsrechters bestaand scheidsgerecht.
**2.** Elke Overeenkomstsluitende Staat benoemt een scheidsrechter. De derde scheidsrechter, die ook de voorzitter van het scheidsgerecht is, wordt benoemd door de twee door de Overeenkomstsluitende Staten benoemde scheidsrechters.
**3.** Indien een van de Overeenkomstsluitende Staten nalaat binnen drie maanden na ontvangst van de mededeling over de benoeming van een scheidsrechter door de andere Overeenkomstsluitende Staat een scheidsrechter te benoemen, wordt de scheidsrechter die door de eerste Overeenkomstsluitende Staat had moeten worden benoemd op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Staat door de President van het Internationale Gerechtshof benoemd. Indien de twee scheidsrechters binnen drie maanden na hun benoeming nalaten de derde scheidsrechter te benoemen, benoemt de President van het Internationale Gerechtshof op verzoek van een van de Overeenkomstsluitende Staten de derde scheidsrechter.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de binnenvaart· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 april 2007