Naar hoofdinhoud

TITEL V › HOOFDSTUK II

Artikel 53

Artikel 53

Onderdeel van Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Servië, anderzijds· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 september 2013

1. Servië vereenvoudigt het op zijn grondgebied opzetten van werkzaamheden door vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap. Servië verleent daartoe vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst: voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op het grondgebied van Servië een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die het verleent aan de eigen vennootschappen, of de behandeling die het verleent aan vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is; voor de werkzaamheden van op het grondgebied van Servië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die wordt verleend aan de eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die wordt verleend aan de dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is. 2. De Gemeenschap en haar lidstaten verlenen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst: voor de vestiging van Servische vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan eigen vennootschappen of de behandeling die zij verlenen aan vennootschappen uit derde landen, indien die behandeling gunstiger is; voor de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van Servische vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan hun eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die zij verlenen aan op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is. 3. De partijen voeren geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die discriminerend zijn ten aanzien van de vestiging van communautaire of Servische vennootschappen op hun grondgebied of ten aanzien van de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde communautaire of Servische vennootschappen in vergelijking tot de eigen vennootschappen. 4. Vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Stabilisatie- en associatieraad de voorwaarden vast voor de uitbreiding van bovenstaande bepalingen tot de vestiging van onderdanen van de Gemeenschap en van Servië die economische activiteiten anders dan in loondienst wensen uit te oefenen. 5. Onverminderd het bepaalde in dit artikel: hebben dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het recht om in Servië onroerend goed te huren en te gebruiken; hebben dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst hetzelfde recht om eigendomsrechten op onroerend goed te verwerven en te genieten als Servische vennootschappen en, wat betreft openbare goederen en goederen van algemeen belang, dezelfde rechten als Servische vennootschappen, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben; onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst of de onder b) bedoelde rechten kunnen worden uitgebreid tot filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap.

Rechtspraak bij dit artikel