Naar hoofdinhoud

TITEL III

Artikel 17

Samenwerking met kandidaat-lidstaten van de EU die niet bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn

Onderdeel van Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2015

1. Bosnië en Herzegovina zou met elke kandidaat-lidstaat van de Europese Unie die niet bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken is de samenwerking moeten versterken en een overeenkomst sluiten voor regionale samenwerking op elk van de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen. Een dergelijke overeenkomst moet de bilaterale betrekkingen tussen Bosnië en Herzegovina en dat land geleidelijk afstemmen op het relevante onderdeel van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en haar lidstaten en dat land. 2. Voor het verstrijken van de in artikel 18, lid 1, genoemde overgangsperiode dient Bosnië en Herzegovina met Turkije, dat een douane-unie met de Gemeenschap heeft ingesteld, op een tot wederzijds voordeel strekkende basis een overeenkomst te sluiten waarbij een vrijhandelszone tussen beide partijen wordt ingesteld overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994, en moeten vestiging en dienstverlening tussen de partijen worden geliberaliseerd op een niveau dat gelijkwaardig is aan dat van deze overeenkomst, volgens artikel V van de GATS.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel