Naar hoofdinhoud
1. Elke bevoegde autoriteit verplicht een onderneming die voorraden aanhoudt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij haar te voorzien van een statistisch overzicht van deze voorraden binnen zes weken na het verstrijken van de periode waarop het overzicht betrekking heeft. 2. Elk statistisch overzicht dat uit hoofde van het eerste lid van dit artikel moet worden geleverd bevat de volgende gegevens: de naam en het adres van de onderneming die de voorraden aanhoudt in de andere Verdragsluitende Partij en waar van toepassing, de naam en het adres van de onderneming die gevestigd is in de Verdragsluitende Partij waar de voorraden zullen worden aangehouden, die namens haar de voorraden zal aanhouden; de categorie en hoeveelheid van de voorraden; indien bekend, de locatie van de opslagruimte(n) waar de voorraden worden aangehouden. 3. Elke bevoegde autoriteit voert van tijd tot tijd en, in het bijzonder, wanneer zij daarom wordt verzocht door de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij, inspecties, controles of andere verificatiemaatregelen uit die zij passend acht met betrekking tot voorraden die zijn aanvaard als voorraden waarop dit Verdrag van toepassing is en stelt de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij onverwijld in kennis van enige materiële afwijking of onjuistheid die hieruit naar voren komt. 4. Tezamen met het maandelijks statistisch overzicht zoals voorzien in artikel 4 van de Richtlijn dienen de bevoegde autoriteiten bij de Europese Commissie een rapport in inzake de toestand van de hier bedoelde voorraden en krachtens de in artikel 6 van deze Richtlijn vervatte voorwaarden. 5. Dezelfde informatie wordt conform de IEA-procedures ter kennis gebracht van het Internationaal Energie Agentschap.

Rechtspraak bij dit artikel