**1.** Elke Staat kan, uiterlijk op het tijdstip van de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of op het tijdstip waarop de verklaring bedoeld in artikel 55 wordt afgelegd, het in artikel 51, tweede lid, bedoelde voorbehoud maken. Andere voorbehouden zijn niet toegestaan.
**2.** Elke Staat kan te allen tijde een gemaakt voorbehoud intrekken. De intrekking wordt ter kennis gebracht van de depositaris.
**3.** Het voorbehoud houdt op van kracht te zijn op de eerste dag van de derde kalendermaand na de in het voorgaande lid bedoelde kennisgeving.
HOOFDSTUK VII –
Artikel 56
Artikel 56
Onderdeel van Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht