Naar hoofdinhoud
1. Een in Nieuw-Zeeland gevestigde entiteit kan op het grondgebied van Nederland voorraden aanhouden waarop dit Verdrag betrekking heeft. Dergelijke voorraden kunnen worden aangehouden: hetzij rechtstreeks door de in Nieuw-Zeeland gevestigde entiteit; hetzij door een in Nederland gevestigde entiteit, namens de in Nieuw-Zeeland gevestigde entiteit. 2. Voorraden komen uitsluitend in aanmerking voor goedkeuring uit hoofde van artikel 5 van dit Verdrag indien de in Nieuw-Zeeland gevestigde entiteit erin heeft toegestemd deze voorraden aan te houden, hetzij door haarzelf, hetzij door de andere entiteit, vanaf de eerste dag van een kalenderkwartaal gedurende ten minste een of meer volledige kalenderkwartalen. 3. Indien een in Nieuw-Zeeland gevestigde entiteit voorraden aanhoudt in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel, worden deze voorraden niet beschouwd als onderdeel van de voorraadverplichting van Nederland, maar als onderdeel van de voorraadverplichting van Nieuw-Zeeland.

Rechtspraak bij dit artikel