Naar hoofdinhoud

Artikel III

Wijzigingen

Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee, 1979· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 22 juni 1985

1. Dit Verdrag kan worden gewijzigd volgens één van de twee hierna in het tweede en het derde lid aangegeven procedures. 2. Wijziging na behandeling binnen de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie (hierna te noemen: de „Organisatie”): Een wijziging, voorgesteld door een Partij en ingediend bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen: de „Secretaris-Generaal”), of een door de Secretaris-Generaal noodzakelijk geoordeelde wijziging als gevolg van een wijziging in een overeenkomstige bepaling van Bijlage 12 van het Verdrag inzake de burgerluchtvaart, wordt aan alle Leden van de Organisatie en aan alle Partijen ten minste zes maanden vóór de behandeling ervan door de Maritieme Veiligheidscommissie van de Organisatie toegezonden. Ongeacht of zij al dan niet lid zijn van de Organisatie, zijn Partijen gerechtigd deel te nemen aan de werkzaamheden van de Maritieme Veiligheidscommissie met betrekking tot de behandeling en aanneming van wijzigingen. De wijzigingen worden aangenomen met een tweederde meerderheid van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Maritieme Veiligheidscommissie, mits ten minste eenderde van de Partijen aanwezig is op het tijdstip van aanneming van de wijziging. Wijzigingen die overeenkomstig het bepaalde onder (c) zijn aangenomen, worden door de Secretaris-Generaal ter kennis gebracht van alle Partijen ten einde aanvaarding te verkrijgen. Een verwijzing van een artikel of van het bepaalde in 2.1.4, 2.1.5, 2,1.7, 2.1.10, 3.1.2 of 3.1.3 van de Bijlage wordt geacht te zijn aanvaard op de datum waarop de Secretaris-Generaal een akte van aanvaarding heeft ontvangen van tweederde van de Partijen. Een verwijzing van de Bijlage anders dan van het bepaalde in 2.1.4, 2.1.5, 2.1.7, 2.1.10, 3.1.2 of 3.1.3 wordt geacht te zijn aanvaard aan het eind van één jaar, te rekenen vanaf de datum waarop deze ter kennis van de Partijen werd gebracht ten einde aanvaarding te verkrijgen. Indien echter binnen dit tijdvak van één jaar meer dan eenderde van de Partijen de Secretaris-Generaal ervan in kennis stelt dat zij bezwaar hebben tegen de wijziging, wordt deze wijziging geacht niet te zijn aanvaard. Een wijziging van een artikel of van het bepaalde in 2.1.4, 2.1.5, 2.1.7, 2.1.10, 3.1.2 of 3.1.3 van de Bijlage wordt van kracht: ten aanzien van die Partijen die de wijziging hebben aanvaard, zes maanden na de datum waarop deze wordt geacht te zijn aanvaard; ten aanzien van die Partijen die de wijziging aanvaarden nadat aan de onder (e) genoemde voorwaarde is voldaan en vóór de wijziging van kracht wordt, op de datum waarop de wijziging van kracht wordt; ten aanzien van die Partijen die de wijziging aanvaarden na de datum waarop de wijziging van kracht wordt, dertig dagen na de nederlegging van de akte van aanvaarding, Een wijziging van de Bijlage anders dan van het bepaalde in 2.1.4, 2.1.5, 2.1.7, 2.1.10, 3.1.2 of 3.1.3 wordt van kracht ten aanzien van alle Partijen, met uitzondering van die welke bezwaar hebben gemaakt tegen de wijziging ingevolge het bepaalde onder (f) en die hun bezwaren niet hebben ingetrokken, zes maanden na de datum waarop de wijziging wordt geacht te zijn aanvaard. Vóór de datum, vastgesteld voor de inwerkingtreding, kan een Partij de Secretaris-Generaal er echter van in kennis stellen, dat zij zich onthoudt van het geven van uitvoering aan deze wijziging voor een tijdvak van niet langer dan een jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding ervan, of voor een langer tijdvak, vast te stellen met een tweederde meerderheid van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Maritieme Veiligheidscommissie op het tijdstip van aanneming van de wijziging. 3. Wijziging door een conferentie: Op verzoek van een Partij, waarmede door ten minste één derde van de Partijen wordt ingestemd, wordt door de Organisatie een conferentie van Partijen bijeengeroepen ten einde wijzigingen van het Verdrag te bestuderen. De voorgestelde wijzigingen worden door de Secretaris-Generaal aan alle Partijen toegezonden ten minste zes maanden vóór de bestudering ervan door de conferentie. Wijzigingen worden door deze conferentie aangenomen met een tweederde meerderheid van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, mits ten minste eenderde van de Partijen aanwezig is op het tijdstip van aanneming van de wijziging. Aldus aangenomen wijzigingen worden door de Secretaris-Generaal ter kennis gebracht van alle Partijen ten einde aanvaarding te verkrijgen. Tenzij de conferentie anders beslist, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard en wordt zij van kracht overeenkomstig de aangegeven procedures in het tweede lid, onder (e), (f), (g) en (h), met dien verstande dat de verwijzingen in het tweede lid, onder (h), naar de overeenkomstig het tweede lid, onder (b), uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie worden verstaan als verwijzingen naar de conferentie. 4. Een verklaring van aanvaarding van, of bezwaar tegen, een wijziging of een kennisgeving, gedaan krachtens het bepaalde in het tweede lid, onder (h), wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal, die alle Partijen in kennis stelt van een zodanige kennisgeving en van de datum van ontvangst ervan. 5. De Secretaris-Generaal stelt alle Staten in kennis van alle wijzigingen die van kracht worden, alsmede van de data waarop deze wijzigingen van kracht worden.

Rechtspraak bij dit artikel