De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. Zij erkennen dat concurrentiebeperkende praktijken de goede werking van de markten kunnen verstoren en in het algemeen de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer ondergraven. Zij komen derhalve overeen dat de volgende concurrentiebeperkende praktijken onverenigbaar zijn met de goede werking van deze overeenkomst, voor zover zij de handel tussen de partijen nadelig kunnen beïnvloeden:
overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die tot doel of tot gevolg hebben dat de concurrentie op het gehele grondgebied van de EG of van de Cariforum-staten of op een aanzienlijk deel ervan wordt verhinderd of aanzienlijk wordt beperkt;
misbruik door één of meer ondernemingen van marktmacht op het gehele grondgebied van de EG of van de Cariforum-staten of op een aanzienlijk deel ervan.
DEEL II › TITEL IV › HOOFDSTUK 1
Artikel 126
Beginselen
Onderdeel van Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds· Arbitrage