Naar hoofdinhoud

DEEL II › TITEL IV › HOOFDSTUK 2 › AFDELING 2 › ONDERAFDELING 2

Artikel 145

Geografische aanduidingen

Onderdeel van Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds· Arbitrage

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst verplicht de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten op hun grondgebied geografische aanduidingen te beschermen die in hun land van oorsprong niet worden beschermd. De overeenkomstsluitende Cariforum-staten stellen uiterlijk op 1 januari 2014 een systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied vast. De partijen werken in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG en in overeenstemming met de bepalingen van artikel 164, lid 2, onder c), samen bij de ontwikkeling van geografische aanduidingen op het grondgebied van de Cariforum-staten. Hiertoe leggen de Cariforum-staten uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst een lijst van potentiële geografische aanduidingen van oorsprong uit de Cariforum-staten ter overweging en bespreking aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG voor. De partijen bespreken in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG de tenuitvoerlegging van dit artikel in de praktijk, en zij wisselen informatie uit over de ontwikkelingen op wetgevings- en beleidsgebied met betrekking tot geografische aanduidingen. De bescherming van geografische aanduidingen wordt in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in overeenstemming met het rechtssysteem van respectievelijk de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat verleend en geldt voor onbepaalde tijd27)Voor de toepassing van dit artikel wordt het gebruik van een onbeperkt aantal vernieuwbare perioden van niet minder dan tien jaar geacht voor onbepaalde termijn te zijn. . Deze bescherming waarborgt dat het gebruik van geografische aanduidingen voor overeenkomstig lid 1 beschermde goederen, in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten uitsluitend voorbehouden is aan goederen van oorsprong uit het betrokken geografische gebied, die in overeenstemming met de desbetreffende productspecificaties zijn vervaardigd. Wat de bescherming van geografische aanduidingen betreft, verbieden en beletten de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ambtshalve of op verzoek van de belanghebbende: ongeacht de productklasse waarvoor de geografische aanduiding wordt gebruikt, het gebruik op hun grondgebied van middelen in de benaming of voorstelling van goederen waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat de goederen in kwestie hun oorsprong hebben in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de goederen, of elk ander gebruik dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs; elk gebruik van de beschermde namen voor goederen in dezelfde productklasse als die met de geografische aanduiding, die niet van oorsprong zijn uit het aangegeven geografische gebied, zelfs indien: de werkelijke oorsprong van de goederen is aangegeven, de betrokken geografische aanduiding in een andere taal is vertaald, de benaming vergezeld gaat van uitdrukkingen als „soort”, „type”, „stijl”, „imitatie”, „methode” of soortgelijke uitdrukkingen. Het is mogelijk de registratie van een geografische aanduiding te schrappen. De desbetreffende procedure biedt elke natuurlijke of rechtspersoon met een legitiem belang de mogelijkheid hieraan deel te nemen. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten behoeven de in sectie B bedoelde bescherming van geografische aanduidingen niet toe te passen op goederen waarvoor de desbetreffende aanduiding identiek is aan de term die in het normale taalgebruik op hun respectieve grondgebied de gangbare naam voor dergelijke goederen is. Geen enkele bepaling in deze afdeling verplicht de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ertoe de in sectie B bedoelde bescherming van geografische aanduidingen toe te passen voor voortbrengselen van de wijnstok, planten of dieren waarvan de desbetreffende aanduiding identiek is met de gangbare naam van een druivensoort of een planten- of dierenras die/dat op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst op het grondgebied van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende partij voorkomt. Geografische aanduidingen die homoniem zijn, worden door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten beschermd mits er in de praktijk voldoende onderscheid is tussen de geografische aanduiding die het eerst werd beschermd en het homoniem dat vervolgens bescherming kreeg; het is immers noodzakelijk de betrokken producenten op een onpartijdige manier te behandelen en de consumenten niet te misleiden. Een homoniem dat ertoe leidt dat de consument ten onrechte gelooft dat producten van een ander grondgebied komen, wordt niet door de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforumstaat beschermd. Als een geografische aanduiding van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat homoniem is aan een geografische aanduiding voor een derde land, is artikel 23, lid 3, van de TRIPs-overeenkomst van overeenkomstige toepassing. Een geografische aanduiding wordt niet in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geregistreerd wanneer de registratie, gezien de faam en bekendheid van een merk en de tijd die het al in gebruik is, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product. Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt de registratie van een handelsmerk dat identiek is aan, lijkt op of een geografische aanduiding bevat die respectievelijk in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge sectie B is beschermd en dat betrekking heeft op dezelfde productklasse, in respectievelijk de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geweigerd. Bovendien wordt de registratie van een handelsmerk onder dergelijke omstandigheden in respectievelijk de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geweigerd indien de aanvraag tot registratie van het handelsmerk was ingediend na de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied werd ingediend, en de geografische aanduiding vervolgens werd beschermd. In strijd met het voorgaande lid geregistreerde handelsmerken worden ongeldig verklaard. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat, behoudens de leden 1 tot en met 3, een handelsmerk waarvan het gebruik overeenkomt met een van de in sectie B, lid 3, bedoelde situaties en dat, vóór de datum van toepassing van de WTO-verplichtingen in de EG of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, dan wel vóór de datum vanaf welke de geografische aanduiding op de respectieve grondgebieden werd beschermd, te goeder trouw op het grondgebied van de EG of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat werd aangevraagd, werd geregistreerd of, indien de toepasselijke wetgeving in die mogelijkheid voorziet, door gebruik werd verworven, ondanks de registratie van de geografische aanduiding verder kan worden gebruikt, mits er geen redenen voor de ongeldigheid of de herroeping van het handelsmerk als gespecificeerd in de wetgeving van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat bestaat. In dat geval wordt de geografische aanduiding toegelaten naast het desbetreffende handelsmerk. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten openen uiterlijk op 1 januari 2014 onderhandelingen over een overeenkomst ter bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied, onverminderd eventuele individuele verzoeken om bescherming die direct zijn ingediend. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat houders van een geografische aanduiding die deze op internet willen gebruiken om deel te nemen aan de ontwikkeling van de elektronische handel, behoefte hebben aan een duidelijk rechtskader dat niet alleen bepalingen bevat over de vraag of het gebruik van een teken op internet heeft bijgedragen aan de wederrechtelijke inbezitneming van, zinspeling op, verwerving te kwader trouw van of inbreuk op een geografische aanduiding of over de vraag of er bij een dergelijk gebruik sprake is van oneerlijke mededinging, maar waarin ook rechtsmiddelen worden vastgesteld, met inbegrip van de eventuele overdracht of intrekking van een domeinnaam. In dit verband streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling betreffende de bescherming van merken, en andere industriële eigendomsrechten in tekens, op internet, die door de WIPO werd vastgesteld tijdens de 36e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 24 september tot en met 3 oktober 2001.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel