Naar hoofdinhoud

DEEL II › TITEL IV › HOOFDSTUK 5

Artikel 191

Doelstellingen en multilaterale verbintenissen

Onderdeel van Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds· Arbitrage

1. De partijen herbevestigen hun gehechtheid aan de internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, zoals omschreven in de respectieve ILO-Verdragen, en met name aan de vrijheid van vakvereniging en het recht op collectieve onderhandelingen, de afschaffing van dwangarbeid, de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid en non-discriminatie op het gebied van arbeid. Verder herbevestigen de partijen hun verplichtingen als lid van de ILO en hun verbintenissen in het kader van de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over de fundamentele rechten en beginselen op het werk en de follow-up daarvan (1998). 2. De partijen herbevestigen dat zij veel waarden hechten aan de ministeriële verklaring van 2006 van de Economische en Sociale Raad van de VN over volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk, door de ontwikkeling van de internationale handel te bevorderen op een wijze die de volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen – mannen vrouwen en jongeren – ten goede komt. 3. De partijen erkennen de positieve rol die de fundamentele arbeidsnormen en fatsoenlijk werk kunnen hebben op de economische efficiëntie, innovatie en productiviteit, en zij benadrukken de waarde van een grotere politieke coherentie tussen het handelsbeleid enerzijds en de werkgelegenheid en het sociale beleid anderzijds. 4. De partijen zijn het overeen eens dat arbeidsnormen niet mogen worden gebruikt voor protectionistische handelsdoeleinden. 5. De partijen erkennen de voordelen van handel in eerlijke en ethische handelsproducten en het belang van de bevordering van de onderlinge handel in die producten.

Rechtspraak bij dit artikel