Naar hoofdinhoud
1. Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze door Marokko of een van de nieuwe lidstaten zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die deze landen onderling toepassen, worden in de betrokken landen aanvaard, mits: de verkrijging van de oorsprong met zich meebrengt dat een preferentieel tarief wordt toegepast overeenkomstig de in de Euro-mediterrane overeenkomst of in het stelsel van algemene preferenties van de Gemeenschap opgenomen preferentiële tariefmaatregelen; het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven; het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten wordt ingediend. Indien goederen vóór de datum van toetreding ten invoer zijn aangegeven in Marokko of een van de nieuwe lidstaten op grond van op dat tijdstip tussen Marokko en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen achteraf op grond van die overeenkomsten of regelingen afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd. 2. Marokko en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur” is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits: een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Marokko vóór de datum van toetreding met de Gemeenschap gesloten overeenkomst; de toegelaten exporteurs de regels van oorsprong uit hoofde van die overeenkomst toepassen. Deze vergunningen moeten uiterlijk één jaar na de datum van toetreding worden vervangen door nieuwe vergunningen die volgens de voorwaarden van de overeenkomst zijn afgegeven. 3. Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen tussen Marokko en de nieuwe lidstaten kunnen door de bevoegde douaneautoriteiten van Marokko en de nieuwe lidstaten worden ingediend en worden door die autoriteiten aanvaard gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong.

Rechtspraak bij dit artikel