Naar hoofdinhoud
1. De verdragsluitende partijen staan de uitvoer van afval of andere stoffen naar andere landen voor het storten in of verbranden op zee niet toe. 2. Niettegenstaande het eerste lid kan de uitvoer van kooldioxidestromen met als doel zich hiervan te ontdoen in overeenstemming met bijlage 1 plaatsvinden, op voorwaarde dat er een overeenkomst of regeling tussen de betrokken landen is. Een dergelijke overeenkomst of regeling omvat: de bevestiging en toewijzing van verantwoordelijkheden voor het verstrekken van vergunningen tussen de uitvoerende en ontvangende landen, in overeenstemming met de bepalingen van dit Protocol en andere toepasselijk internationaal recht; en in het geval van uitvoer naar niet-verdragsluitende partijen, bepalingen die minimaal gelijk zijn aan die in dit Protocol, met inbegrip van bepalingen inzake de afgifte van vergunningen en vergunningsvoorwaarden voor het voldoen aan de bepalingen van bijlage 2, teneinde te waarborgen dat de overeenkomst of regeling niet afwijkt van de verplichtingen van de verdragsluitende partijen uit hoofde van dit Protocol om het mariene milieu te beschermen en te behouden. Een verdragsluitende partij die een dergelijke overeenkomst sluit of regeling aangaat brengt deze ter kennis van de Organisatie.

Rechtspraak bij dit artikel