Naar hoofdinhoud

Artikel 21

Betrekkingen met Staten die geen Partij zijn bij dit Verdrag

Onderdeel van Verdrag inzake clustermunitie· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2011

1. Elke Staat die Partij is moedigt Staten die geen Partij zijn bij dit Verdrag aan dit Verdrag te bekrachtigen, te aanvaarden, goed te keuren of ertoe toe te treden, met als doel de participatie van alle Staten bij dit Verdrag te verkrijgen. 2. Elke Staat die Partij is stelt de regeringen van alle in het derde lid van dit artikel bedoelde Staten die geen Partij zijn bij dit Verdrag in kennis van zijn verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag, bevordert de normen die erin zijn vastgelegd en spant zich tot het uiterste in Staten die geen Partij zijn bij dit Verdrag te weerhouden van het gebruik van clustermunitie. 3. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 1 van dit Verdrag en in overeenstemming met het internationale recht, kunnen de Staten die Partij zijn hun militair personeel of hun onderdanen, op militair gebied samenwerken en militaire operaties uitvoeren met Staten die geen Partij zijn bij dit Verdrag die mogelijk deelnemen aan activiteiten die verboden zijn voor een Staat die Partij is. 4. Niets in het derde lid van dit artikel geeft een Staat die Partij is het recht: clustermunitie te ontwikkelen, te produceren of anderszins te verwerven; zelf voorraden clustermunitie aan te leggen of clustermunitie over te dragen; zelf clustermunitie te gebruiken; of uitdrukkelijk om het gebruik van clustermunitie te verzoeken in gevallen waarin de keuze van de te gebruiken munitie uitsluitend bij hem ligt.

Rechtspraak bij dit artikel