Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK X

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2009

1. De aangezochte autoriteit is niet verplicht de in dit Verdrag voorziene bijstand te verlenen indien deze de openbare orde of enig ander wezenlijk belang van de aangezochte Verdragsluitende Partij zou kunnen schaden of tot een schending van een industrieel of een commercieel geheim, dan wel van een beroepsgeheim zou kunnen leiden. 2. Indien de verzoekende autoriteit niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte autoriteit in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte autoriteit. 3. De bijstand kan door de aangezochte autoriteit worden uitgesteld op grond van het feit dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hierdoor wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden of omstandigheden die de aangezochte autoriteit kan verlangen. 4. Ingeval de bijstand wordt geweigerd of uitgesteld, dienen de redenen voor de weigering of het uitstel te worden gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel