**a.** De regionale verbanden bestaan uit de Leden van de Organisatie waarvan de netwerken liggen binnen of zich uitstrekken tot in de regio.
**b.** De Leden van de Organisatie hebben het recht de vergaderingen van de regionale verbanden waartoe zij niet behoren bij te wonen, deel te nemen aan de besprekingen en hun mening kenbaar te maken over kwesties die van invloed zijn op hun eigen meteorologische of hydrometeorologische diensten, maar zij hebben geen stemrecht.
**c.** De regionale verbanden komen zo vaak bijeen als nodig is. Tijd en plaats van de vergadering worden bepaald door de voorzitters van de regionale verbanden in overleg met de Voorzitter van de Organisatie.
**d.** De regionale verbanden hebben de volgende functies:
het bevorderen van de uitvoering van de beslissingen van het Congres en van de Uitvoerende Raad in hun regio’s;
het behandelen van aangelegenheden die zijn voorgelegd door de Uitvoerende Raad;
het bespreken van aangelegenheden van algemeen belang en het coördineren van meteorologische en daarmee verband houdende werkzaamheden in hun regio’s;
het doen van aanbevelingen aan het Congres en de Uitvoerende Raad ter zake van aangelegenheden die vallen binnen de doelstellingen van de Organisatie;
het verrichten van andere werkzaamheden die het Congres hun kan opdragen;
**e.** Elk regionaal verband kiest zijn eigen voorzitter en vice-voorzitter.
De Engelse tekst van het Verdrag is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1951/236. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1951/236. Het Verdrag is in werking getreden op 12 oktober 1951, zie Trb. 1951/141. Het Verdrag is gewijzigd volgens Trb. 1961/51, Trb. 1964/110, Trb. 1967/193, Trb. 1975/129, Trb. 1980/120 en Trb. 1995/258.
Het Verdrag is oorspronkelijk door Trb. 1951/141 in werking getreden op 12 november 1951.
DEEL VIII
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van Verdrag van de Wereld Meteorologische Organisatie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2007