Naar hoofdinhoud

DEEL XIV

Artikel 27

Artikel 27

Onderdeel van Verdrag van de Wereld Meteorologische Organisatie· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2007

a. De Organisatie bezit op het grondgebied van elk Lid de rechtsbevoegdheid die nodig is voor het verwezenlijken van haar doelstellingen en voor de uitoefening van haar functies. b. De Organisatie beschikt op het grondgebied van elk Lid waarop dit Verdrag van toepassing is de voorrechten en immuniteiten die nodig kunnen zijn voor het verwezenlijken van haar doelstellingen en voor de uitoefening van haar functies. De vertegenwoordigers van de Leden, de functionarissen en ambtenaren van de Organisatie alsmede de leden van de Uitvoerende Raad bezitten eveneens de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies ten behoeve van de Organisatie. c. Op het grondgebied van elk Lid dat Staat is en dat is toegetreden tot het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 21 november 1947, zijn deze rechtsbevoegdheid, voorrechten en immuniteiten zoals omschreven in dat Verdrag. De Engelse tekst van het Verdrag is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1951/236. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1951/236. Het Verdrag is in werking getreden op 12 oktober 1951, zie Trb. 1951/141. Het Verdrag is gewijzigd volgens Trb. 1961/51, Trb. 1964/110, Trb. 1967/193, Trb. 1975/129, Trb. 1980/120 en Trb. 1995/258. Het Verdrag is oorspronkelijk door Trb. 1951/141 in werking getreden op 12 november 1951.

Rechtspraak bij dit artikel