**1.** Op vertoon van een medisch attest of andere relevante verklaring, zoals vastgesteld overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk, waarin de vermoedelijke datum van de bevalling is vermeld, heeft een vrouw op wie dit Verdrag van toepassing is recht op een periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof van ten minste 14 weken.
**2.** Elk Lid vermeldt de duur van de hierboven genoemde verlofperiode in een verklaring die aan zijn akte van bekrachtiging van dit Verdrag wordt toegevoegd.
**3.** Elk Lid kan nadien een nieuwe verklaring deponeren bij de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, waarin de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt verlengd.
**4.** Zorgvuldig rekening houdend met de bescherming van de gezondheid van de moeder en die van het kind, omvat het zwangerschaps- en bevallingsverlof een periode van verplicht verlof van zes weken na de bevalling, tenzij op nationaal niveau door de regering en de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers anders overeen wordt gekomen.
**5.** Het prenatale deel van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt verlengd met de periode die verstrijkt tussen de verwachte datum van de bevalling en de feitelijke datum van de bevalling, zonder vermindering van elk verplicht deel van het postnatale verlof.
Hoofdstuk
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verdrag inzake de herziening van het Verdrag betreffende de bescherming van het moederschap (herzien), 1952· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 15 januari 2010