**1.** Lidmaatschap van de Verenigde Naties geeft recht op het lidmaatschap van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
**2.** Met inachtneming van de bepalingen van de overeenkomstig artikel X van dit Statuut goedgekeurde Overeenkomst tussen deze Organisatie en de Verenigde Naties, kunnen Staten die geen lid zijn van de Verenigde Naties op aanbeveling van de Uitvoerende Raad worden toegelaten tot het lidmaatschap van de Organisatie bij besluit van de Algemene Conferentie, genomen met een meerderheid van twee derden van de stemmen.
**3.** Gebieden of groepen van gebieden die niet hun eigen internationale betrekkingen behartigen, kunnen worden toegelaten als Geassocieerd Lid van de Organisatie bij besluit van de Algemene Conferentie, genomen met een meerderheid van twee derden van de aanwezige en hun stem uitbrengende leden, wanneer het Lid dat of enige andere autoriteit die voor hun internationale betrekkingen verantwoordelijk is, ten behoeve van dergelijke gebieden of groepen van gebieden een daartoe strekkend verzoek doet. Aard en omvang van de rechten en verplichtingen van de Geassocieerde Leden worden door de Algemene Conferentie vastgesteld.
**4.** Leden van de Organisatie die zijn geschorst in de uitoefening van de rechten en voorrechten verbonden aan het lidmaatschap van de Verenigde Naties worden, op verzoek van de laatstgenoemde, geschorst in de uitoefening van de rechten en voorrechten van deze Organisatie.
**5.** Leden van de Organisatie houden automatisch op lid te zijn, wanneer zij worden uitgestoten als Lid van de Organisatie der Verenigde Naties.
**6.** Elke Lidstaat of Geassocieerd Lid van de Organisatie kan zijn lidmaatschap opzeggen door kennisgeving aan de Directeur-Generaal. Een dergelijke kennisgeving wordt van kracht op 31 december van het jaar volgend op dat waarin de kennisgeving is geschied. Deze uittreding laat de financiële verplichtingen die jegens de Organisatie bestaan op de datum waarop de opzegging van kracht wordt onverlet. Kennisgeving van opzegging door een Geassocieerd Lid zal uit zijn naam worden gedaan door het Lid dat of de andere autoriteit die verantwoordelijk is voor de internationale betrekkingen van dat Geassocieerde Lid.
**7.** Elke Lidstaat heeft het recht een Permanente Afgevaardigde voor de Organisatie te benoemen.
**8.** De Permanente Afgevaardigde van de Lidstaat overlegt zijn geloofsbrieven aan de Directeur-Generaal van de Organisatie en oefent officieel zijn functie uit vanaf de dag waarop hij zijn geloofsbrieven overlegt.
De Engelse tekst van het Statuut is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1946 (G)/336. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1947 (H)/62. Het Statuut wordt voorlopig toegepast per 15 november 1946, zie Stb. 1947 (H)/62. Het Statuut is in werking getreden op 1 januari 1947, zie Trb. 1960/131. Het Statuut is gewijzigd volgens Trb. 1960/131, Trb. 1968/56, Trb. 1973/143 en Trb. 1977/176.
Artikel II
Lidmaatschap
Onderdeel van Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 november 2001