In deze overeenkomst wordt verstaan onder
„vergunning”, een door de douaneautoriteiten verleende vergunning op grond waarvan goederen in het vrije verkeer kunnen worden gebracht bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de vergunninghouder is gevestigd, ongeacht bij welk douanekantoor de goederen worden aangebracht;
„vergunningverlenende douaneautoriteiten”, de douaneautoriteiten van de deelnemende lidstaat die toestaan dat goederen in het vrije verkeer worden gebracht bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de vergunninghouder is gevestigd, ongeacht bij welk douanekantoor de goederen worden aangeboden;
„assistentieverlenende douaneautoriteiten”, de douaneautoriteiten van de deelnemende lidstaat die de vergunningverlenende douaneautoriteiten assisteren bij het toezicht op de procedure en het vrijgeven van de goederen;
„invoerrechten”, de douanerechten die bij de invoer van goederen verschuldigd zijn;
„inningskosten”, het bedrag dat de lidstaten mogen inhouden op grond van artikel 2, lid 3, van het besluit of van een overeenkomstige bepaling van een later besluit ter vervanging hiervan.
HOOFDSTUK I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst inzake gecentraliseerde vrijmaking, betreffende de toewijzing van de nationale inningskosten die worden ingehouden wanneer de traditionele eigen middelen ter beschikking van de EU-begroting worden gesteld· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 16 januari 2019