**1.** Bij de vaststelling van de toelaatbare vangst en het vaststellen van andere maatregelen tot behoud van de levende rijkdommen in de volle zee dienen de Staten:
maatregelen te nemen die erop zijn gericht, op grond van de beste wetenschappelijke gegevens waarover de betrokken Staten beschikken, populaties van geoogste soorten in stand te houden of te herstellen op een peil dat een gedurig maximale opbrengst oplevert, zoals nader bepaald door milieutechnische en economische factoren, met inbegrip van de bijzondere behoeften van ontwikkelingsstaten en met inachtneming van de visserijpatronen, de onderlinge afhankelijkheid van visstapels en algemeen aanbevolen internationale, subregionale, regionale dan wel mondiale minimumnormen;
rekening te houden met de gevolgen voor soorten die verwant zijn met of afhankelijk van geoogste soorten ten einde populaties van zulke verwante of afhankelijke soorten in stand te houden of te herstellen tot boven het peil waarop hun voortplanting ernstig kan worden bedreigd.
**2.** De beschikbare wetenschappelijke gegevens, statistieken inzake vangst en visserij en andere voor het behoud van visstapels van belang zijnde gegevens worden regelmatig bijgedragen en uitgewisseld via bevoegde subregionale, regionale of mondiale, internationale organisaties, naar gelang passend, en waaraan wordt deelgenomen door alle betrokken Staten.
**3.** De betrokken Staten verzekeren dat maatregelen voor het behoud en de tenuitvoerlegging van deze maatregelen niet naar vorm of in feite discriminatie inhouden van vissers van enige Staat.
DEEL VII › AFDELING 2
Artikel 119
Behoud van de levende rijkdommen van de volle zee
Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 juli 1996