Naar hoofdinhoud

DEEL XI › AFDELING 2

Artikel 139

Verplichting toe te zien op de naleving van het Verdrag en aansprakelijkheid voor schade

Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 28 juli 1996

1. De Staten die Partij zijn zien erop toe dat de werkzaamheden in het Gebied, verricht door Staten die Partij zijn, of staatsondernemingen of natuurlijke personen of rechtspersonen die de nationaliteit bezitten van Staten die Partij zijn of onder het daadwerkelijk toezicht staan van deze Staten of van hun onderdanen, worden verricht overeenkomstig dit Deel. Dezelfde verplichting geldt voor internationale organisaties ten aanzien van werkzaamheden door zodanige organisaties in het Gebied verricht. 2. Onverminderd de regels van het internationale recht en Bijlage III, artikel 22, leidt schade veroorzaakt door de nalatigheid van Staten die Partij zijn of van internationale organisaties hun verplichtingen ingevolge dit Deel na te komen, tot aansprakelijkheid; Staten die Partij zijn of internationale organisaties, die gezamenlijk optreden, zijn gezamenlijk en hoofdelijk aansprakelijk. Een Staat die Partij is, is evenwel niet aansprakelijk voor schade, veroorzaakt door de nalatigheid van een persoon voor wie hij borg staat ingevolge artikel 153, tweede lid, letter b, het bepaalde in dit Deel na te leven, indien de Staat die Partij is ingevolge artikel 153, vierde lid, en Bijlage III, artikel 4, vierde lid, alle nodige en passende maatregelen heeft getroffen om de daadwerkelijke naleving ervan te verzekeren. 3. Staten die Partij zijn en die lid zijn van internationale organisaties dienen passende maatregelen te treffen ten einde de toepassing van dit artikel ten aanzien van zulke organisaties te waarborgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel