Naar hoofdinhoud

DEEL XI › AFDELING 4 › ONDERAFDELING G

Artikel 183

Vrijstelling van belastingen en douanerechten

Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 28 juli 1996

1. Binnen de reikwijdte van haar officiële werkzaamheden zijn de Autoriteit, haar activa en eigendommen, haar inkomen en haar verrichtingen en transacties, toegestaan bij dit Verdrag, vrij van alle rechtstreekse belasting en zijn voor haar officieel gebruik ingevoerde of uitgevoerde goederen vrij van alle douanerechten. De Autoriteit mag geen aanspraak maken op vrijstelling van belastingen die niet meer zijn dan heffingen voor verleende diensten. 2. Indien aankopen van goederen of diensten van aanzienlijke waarde, die nodig zijn voor de officiële werkzaamheden van de Autoriteit, door of ten behoeve van de Autoriteit worden verricht en indien in de prijs van zulke goederen of diensten belastingen of douanerechten zijn begrepen, worden voor zover uitvoerbaar passende maatregelen genomen door de Staten die Partij zijn om vrijstelling van zulke belastingen of rechten te verlenen of te voorzien in de terugbetaling daarvan. Goederen, ingevoerd of aangekocht ingevolge een vrijstelling zoals bepaald in dit artikel, mogen niet worden verkocht of op andere wijze vervreemd in het grondgebied van de Staat die Partij is en die de vrijstelling heeft verleend, behalve op met die Staat overeengekomen voorwaarden. 3. Er wordt door Staten die Partij zijn geen belasting geheven op of met betrekking tot salarissen en emolumenten betaald door de Autoriteit, of andere vormen van betaling door haar verricht, aan de Secretaris-Generaal en het personeel van de Autoriteit, alsmede aan deskundigen die voor de Autoriteit opdrachten vervullen, mits dezen geen onderdaan van die Staten zijn.

Rechtspraak bij dit artikel