Wanneer de Staten redelijke gronden hebben aan te nemen dat voorgenomen werkzaamheden onder hun rechtsmacht of toezicht aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het mariene milieu kunnen teweegbrengen, dienen zij, voor zover uitvoerbaar, de mogelijke gevolgen van zulke werkzaamheden voor het mariene milieu te evalueren en rapporten van de resultaten van zulke evaluaties mede te delen op de wijze, bepaald in artikel 205.
DEEL XII › AFDELING 4
Artikel 206
Evaluatie van mogelijke gevolgen van werkzaamheden
Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 juli 1996