Naar hoofdinhoud

DEEL XII › AFDELING 6

Artikel 216

Handhaving van de bepalingen met betrekking tot verontreiniging door storting

Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 28 juli 1996

1. De handhaving van de bepalingen van de wetten en voorschriften, aangenomen overeenkomstig dit Verdrag en van de van toepassing zijnde internationale regels en voorschriften, vastgesteld via bevoegde internationale organisaties of een diplomatieke conferentie ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het mariene milieu door storting, geschiedt: door de kuststaat met betrekking tot storting binnen zijn territoriale zee of zijn exclusieve economische zone of op zijn continentale plat; door de vlaggestaat met betrekking tot schepen die zijn vlag voeren of schepen of luchtvaartuigen die bij deze Staat zijn geregistreerd; door elke Staat met betrekking tot het laden van afvalstoffen of andere materialen dat geschiedt binnen zijn grondgebied of op zijn laad- of losplaatsen buitengaats. 2. Een Staat wordt niet uit hoofde van dit artikel verplicht een rechtsvervolging in te stellen wanneer een andere Staat reeds overeenkomstig dit artikel een rechtsvervolging heeft ingesteld.

Rechtspraak bij dit artikel