Binnen het luchtruim onder hun soevereiniteit of met betrekking tot schepen die hun vlag voeren of schepen of luchtvaartuigen die bij hen zijn geregistreerd, handhavende Staten hun overeenkomstig artikel 212, eerste lid, en andere bepalingen van dit Verdrag aangenomen wetten en voorschriften en nemen zij de wetten en voorschriften aan en nemen zij de andere maatregelen die noodzakelijk zijn ter toepassing van van toepassing zijnde internationale regels en normen, vastgesteld via bevoegde internationale organisaties of een diplomatieke conferentie ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het mariene milieu vanuit of via de dampkring, zulks in overeenstemming met alle desbetreffende internationale regels en normen betreffende de veiligheid van de luchtvaart.
DEEL XII › AFDELING 6
Artikel 222
Handhaving van de bepalingen met betrekking tot verontreiniging vanuit of via de dampkring
Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 juli 1996