Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 10

Verzoek om samenwerking

Onderdeel van Regionaal Samenwerkingsverdrag inzake de bestrijding van piraterij en gewapende overvallen op zee in Azië· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 3 juli 2010

1. Een verdragsluitende partij kan een andere verdragsluitende partij hetzij via het Centrum hetzij rechtstreeks verzoeken samen te werken bij het opsporen van de volgende personen, schepen of luchtvaartuigen: piraten; personen die gewapende overvallen op zee hebben gepleegd; schepen of luchtvaartuigen die voor piraterij of het plegen van gewapende overvallen op zee zijn ingezet, en schepen die zijn ingenomen door en onder de controle staan van piraten of personen die gewapende overvallen op zee hebben gepleegd; of schepen en personen die het slachtoffer zijn van piraterij of gewapende overvallen op zee. 2. Een verdragsluitende partij kan een andere verdragsluitende partij hetzij via het Centrum hetzij rechtstreeks verzoeken passende maatregelen te nemen, met inbegrip van aanhouding of inbeslagneming, tegen elk van de in de onderdelen a, b of c van het eerste lid van dit artikel genoemde personen of schepen, binnen de grenzen van haar nationale wet- en regelgeving en de toepasselijke regels van het internationale recht. 3. Een verdragsluitende partij kan een andere verdragsluitende partij hetzij via het Centrum hetzij rechtstreeks tevens verzoeken doeltreffende maatregelen te nemen om schepen en personen die het slachtoffer zijn van piraterij of gewapende overvallen op zee te redden. 4. De verdragsluitende partij die krachtens het eerste, tweede en derde lid van dit artikel een rechtstreeks verzoek om samenwerking heeft gedaan, stelt het Centrum onverwijld van een dergelijk verzoek in kennis. 5. Elk verzoek om samenwerking door een verdragsluitende partij dat uitlevering of wederzijdse rechtshulp in strafzaken met zich meebrengt, wordt rechtstreeks tot de andere verdragsluitende partij gericht.

Rechtspraak bij dit artikel