Naar hoofdinhoud

Artikel II

Lidmaatschap en geassocieerd lidmaatschap

Onderdeel van Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 oktober 1945

1. De oorspronkelijke Leden van de Organisatie zijn de in Bijlage I genoemde landen die dit Statuut aanvaarden, met inachtneming van de bepalingen van artikel XXI. 2. De Conferentie kan bij een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen, mits een meerderheid van de Leden van de Organisatie aanwezig is, besluiten als nieuw Lid van de Organisatie toe te laten elk land dat een verzoek om lidmaatschap heeft ingediend en in een akte een verklaring heeft nedergelegd dat het de verplichtingen uit het Statuut, zoals dat op het tijdstip van toelating van kracht is, aanvaardt. 3. De Conferentie kan bij een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen, mits een meerderheid van de Leden van de Organisatie aanwezig is, besluiten als Lid van de Organisatie toe te laten elke regionale organisatie voor economische integratie die voldoet aan de criteria vervat in het vierde lid van dit artikel, die een verzoek om lidmaatschap heeft ingediend en in een akte een verklaring heeft nedergelegd dat zij de verplichtingen uit het Statuut, zoals dat op het tijdstip van toelating van kracht is, aanvaardt. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, worden overeenkomstig het achtste lid van dit artikel onder Leden uit hoofde van dit Statuut mede verstaan organisaties die Lid zijn. 4. Om ingevolge het derde lid van dit artikel in aanmerking te komen voor het lidmaatschap van de Organisatie, dient een regionale organisatie voor economische integratie een organisatie te zijn die uit soevereine staten bestaat, waarvan de meerderheid Lid is van de Organisatie en waaraan de lidstaten van die organisatie de bevoegdheid over een aantal aangelegenheden binnen het raamwerk van de Organisatie hebben overgedragen, met inbegrip van de bevoegdheid om voor de lidstaten ten aanzien van die aangelegenheden bindende besluiten te nemen. 5. Elke regionale organisatie voor economische integratie die een verzoek om lidmaatschap van de Organisatie indient, dient bij het indienen van een dergelijk verzoek een verklaring van bevoegdheid in te dienen waarin de aangelegenheden zijn vermeld ter zake waarvan de bevoegdheid door haar lidstaten aan haar is overgedragen. 6. De lidstaten van een organisatie die Lid is, worden verondersteld de bevoegdheid te behouden over alle aangelegenheden ter zake waarvan de overdracht van bevoegdheid niet specifiek is gemeld of waarvan niet specifiek kennisgeving is gedaan aan de Organisatie. 7. Elke verandering in de verdeling van de bevoegdheden tussen de organisatie die Lid is en haar lidstaten wordt door de organisatie die Lid is of door haar lidstaten gemeld aan de Directeur-Generaal, die deze informatie doet toekomen aan de overige Leden van de Organisatie. 8. Een organisatie die Lid is, oefent, afwisselend met haar lidstaten die Lid van de Organisatie zijn, de lidmaatschapsrechten uit op hun respectieve gebied van bevoegdheid en in overeenstemming met de door de Vergadering vastgestelde regels. 9. Tenzij anders voorzien in dit artikel, is een organisatie die Lid is, gerechtigd, ter zake van aangelegenheden die binnen haar bevoegdheid vallen, deel te nemen aan elke vergadering van de Organisatie, met inbegrip van vergaderingen van de Raad of een ander orgaan, met uitzondering van de hieronder bedoelde organen waarvoor beperkingen gelden ten aanzien van het lidmaatschap, waaraan elk van haar lidstaten mag deelnemen. Een organisatie die Lid is, kan niet worden gekozen of worden benoemd in een dergelijk orgaan en kan evenmin worden gekozen of benoemd in een tezamen met andere organisaties ingesteld orgaan. Een organisatie die Lid is, heeft niet het recht deel te nemen aan organen waarvoor beperkingen gelden ten aanzien van het lidmaatschap, zoals omschreven in de door de Vergadering aangenomen regels. 10. Tenzij in dit Statuut of in de door de Vergadering vastgestelde regels anders is voorzien, en niettegenstaande artikel III, vierde lid, kan een organisatie die Lid is, ter zake van aangelegenheden die binnen haar bevoegdheid vallen tijdens een vergadering van de Organisatie waaraan zij mag deelnemen, een aantal stemmen uitbrengen dat gelijk is aan het aantal van haar lidstaten die het recht hebben een stem uit te brengen in die vergadering. Wanneer de organisatie die Lid is haar stemrecht uitoefent, oefenen haar lidstaten hun stemrecht niet uit, en omgekeerd. 11. De Vergadering kan, onder dezelfde voorwaarden ten aanzien van de vereiste meerderheid en het quorum als omschreven in het tweede lid van dit artikel, beslissen als Geassocieerd Lid tot de Organisatie toe te laten elk grondgebied dat of elke groep grondgebieden die niet verantwoordelijk is voor het beleid inzake zijn internationale betrekkingen, na een aanvraag daartoe namens hem door het Lid dat of de autoriteit die verantwoordelijk is voor zijn internationale betrekkingen, mits dat Lid of die autoriteit een akte met een verklaring heeft nedergelegd namens het voorgestelde Geassocieerde Lid de verplichtingen uit het Statuut, zoals van kracht op het tijdstip van toelating, te zullen aanvaarden en met betrekking tot het Geassocieerde Lid de verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de naleving van de bepalingen van artikel VIII, vierde lid, artikel XVI, eerste en tweede lid, en artikel XVIII, tweede en derde lid, van dit Statuut. 12. De aard en de reikwijdte van de rechten en verplichtingen van Geassocieerde Leden zijn omschreven in de desbetreffende bepalingen van dit Statuut en in de regels en voorschriften van de Organisatie. 13. Het lidmaatschap en geassocieerde lidmaatschap vangen aan op de datum waarop de Vergadering de aanvraag goedkeurt. De Engelse tekst van het Statuut is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. I 77. De vertaling is gepubliceerd in Stb. I 77. Het Statuut is gewijzigd door Trb. 1948/77, Trb. 1964/103, Trb. 1967/5, Trb. 1968/136, Trb. 1972/121, Trb. 1974/56, Trb. 1976/24, Trb. 1978/57 en Trb. 1980/55. Het Statuut is oorspronkelijk door Trb. 1964/103 in werking getreden op 16 oktober 1945.

Rechtspraak bij dit artikel