Naar hoofdinhoud

Artikel VI

Commissies, comités, conferenties, werkgroepen en consultaties

Onderdeel van Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 oktober 1945

1. De Vergadering of de Raad kan commissies in het leven roepen waarvan het lidmaatschap openstaat voor alle Leden en Geassocieerde Leden, of regionale commissies die openstaan voor alle Leden en Geassocieerde Leden wier grondgebied geheel of gedeeltelijk gelegen is in één of meer regio’s, teneinde haar of hem te adviseren over het formuleren en implementeren van beleid en teneinde de implementatie van beleid te coördineren. De Vergadering of de Raad kan voorts, samen met andere intergouvernementele organisaties, gezamenlijke commissies in het leven roepen die openstaan voor alle Leden en Geassocieerde Leden van de Organisatie en van de andere betrokken organisaties, of gezamenlijke regionale commissies die openstaan voor Leden en Geassocieerde Leden van de Organisatie en van de overige betrokken organisaties wier grondgebied geheel of gedeeltelijk gelegen is in de regio. 2. De Vergadering, de Raad of de Directeur-Generaal namens de Vergadering of de Raad, kan comités en werkgroepen instellen voor het onderzoeken van en rapporteren over aangelegenheden die verband houden met de doelstellingen van de Organisatie en die bestaan uit hetzij geselecteerde Leden en Geassocieerde Leden, hetzij op persoonlijke titel benoemde natuurlijke personen vanwege hun bijzondere deskundigheid op het gebied van technische zaken. De Vergadering, de Raad of de Directeur-Generaal namens de Vergadering of de Raad, kan in samenwerking met andere intergouvernementele organisaties voorts gezamenlijke comités en werkgroepen instellen bestaande uit hetzij geselecteerde Leden en Geassocieerde Leden van de Organisatie en de andere betrokken organisaties, hetzij op persoonlijke titel benoemde natuurlijke personen. De geselecteerde Leden en Geassocieerde Leden worden voor wat betreft de Organisatie aangewezen door hetzij de Vergadering of de Raad, hetzij de Directeur-Generaal, indien de Vergadering of de Raad daartoe besluit. De op persoonlijke titel benoemde natuurlijke personen worden voor wat betreft de Organisatie aangewezen door hetzij de Vergadering, de Raad, de geselecteerde Leden of de geselecteerde Geassocieerde Leden, hetzij de Directeur-Generaal, indien de Vergadering of de Raad daartoe besluit. 3. De Vergadering, de Raad of de Directeur-Generaal namens de Vergadering of de Raad, stelt de nodige mandaten en rapportageprocedures vast voor de door de Vergadering, de Raad of de Directeur-Generaal ingestelde commissies, comités en werkgroepen, al naar gelang het geval is. Deze commissies en comités kunnen hun eigen reglement van orde en wijzigingen daarvan vaststellen die van kracht worden na goedkeuring door de Directeur-Generaal. De mandaten en rapportageprocedures van gezamenlijke commissies, comités en werkgroepen die samen met andere intergouvernementele organisaties zijn opgericht, worden vastgesteld in overleg met de andere betrokken organisaties. 4. De Directeur-Generaal kan in samenwerking met Leden, Geassocieerde Leden en nationale FAO-comités, deskundigenpanels in het leven roepen ten behoeve van het organiseren van overleg met toonaangevende technici op de diverse activiteitengebieden van de Organisatie. De Directeur-Generaal kan bijeenkomsten bijeenroepen met al deze deskundigen of met sommige daarvan voor overleg over specifieke onderwerpen. 5. De Vergadering, de Raad of de Directeur-Generaal namens de Vergadering of de Raad, kan algemene, regionale, technische of andere conferenties, werkgroepen of overleg van Leden en Geassocieerde Leden bijeenroepen, waarbij hun mandaten en rapportageprocedures worden vastgesteld en kan regelingen treffen voor hun deelname aan die conferenties, werkgroepen en consultaties door nationale en internationale organen die zich bezighouden met voeding, voedsel en landbouw op een door hen te bepalen wijze. 6. Indien de Directeur-Generaal ervan overtuigd is dat urgente maatregelen geboden zijn, kan hij de in het tweede en vijfde lid van dit artikel voorziene comités en werkgroepen instellen en conferenties, werkgroepen en consultaties bijeenroepen. De Directeur-Generaal stelt de Leden en Geassocieerde Leden in kennis van dergelijke maatregelen en rapporteert hierover tijdens de volgende zitting van de Raad. 7. Geassocieerde Leden die deel uitmaken van de commissies, comités of werkgroepen of die de in het eerste, tweede en vijfde lid van dit artikel bedoelde conferenties, werkgroepen of consultaties bijwonen, hebben het recht deel te nemen aan de beraadslagingen van dergelijke commissies, comités, conferenties, werkgroepen en consultaties, maar bekleden geen functie en hebben geen stemrecht. De Engelse tekst van het Statuut is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. I 77. De vertaling is gepubliceerd in Stb. I 77. Het Statuut is gewijzigd door Trb. 1948/77, Trb. 1964/103, Trb. 1967/5, Trb. 1968/136, Trb. 1972/121, Trb. 1974/56, Trb. 1976/24, Trb. 1978/57 en Trb. 1980/55. Het Statuut is oorspronkelijk door Trb. 1964/103 in werking getreden op 16 oktober 1945.

Rechtspraak bij dit artikel