**1.** De Vergadering kan, bij een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen en overeenkomstig door de Vergadering aangenomen regels, verdragen en overeenkomsten inzake kwesties op het gebied van voedsel en landbouw goedkeuren en voorleggen aan de Leden.
**2.** De Raad kan, met inachtneming van door de Vergadering aan te nemen regels, door middel van een stemming waarmee ten minste twee derde van de leden van de Raad instemt, het volgende goedkeuren en aan de Leden voorleggen:
overeenkomsten inzake kwesties op het gebied van voedsel en landbouw die van bijzonder belang zijn voor Leden van in die overeenkomsten omschreven geografische gebieden en die zijn opgesteld om uitsluitend op die gebieden van toepassing te zijn;
aanvullende verdragen of overeenkomsten bedoeld ter uitvoering van een verdrag dat of een overeenkomst die van kracht is geworden ingevolge het eerste of tweede lid, onderdeel a.
**3.** Verdragen, overeenkomsten en aanvullende verdragen en overeenkomsten:
worden aan de Vergadering of de Raad voorgelegd door tussenkomst van de Directeur-Generaal namens een technische bijeenkomst of conferentie, bestaande uit Leden, die bijstand heeft verleend bij het opstellen van het verdrag of de overeenkomst en heeft voorgesteld dat deze ter aanvaarding wordt voorgelegd aan de betrokken Leden;
dienen bepalingen te bevatten betreffende de Leden van de Organisatie en niet-leden die lid zijn van de Verenigde Naties, één van zijn gespecialiseerde organisaties of het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie en regionale organisaties voor economische integratie, met inbegrip van organisaties die Lid zijn waaraan hun lidstaten bevoegdheden hebben overgedragen ter zake van aangelegenheden binnen het kader van de verdragen, overeenkomsten, aanvullende verdragen en overeenkomsten, met inbegrip van de bevoegdheid ter zake daarvan verdragen aan te gaan, die daar partij bij kunnen worden en het aantal Leden dat dat verdrag, die overeenkomst, dat aanvullende verdrag of die aanvullende overeenkomst moet hebben aanvaard alvorens in werking te kunnen treden en daarmee te waarborgen dat het een werkelijke bijdrage vormt aan de verwezenlijking van haar doelstellingen. In het geval van verdragen, overeenkomsten, aanvullende verdragen en overeenkomsten tot oprichting van commissies of comités, dient deelname door niet-leden van de Organisatie die lid zijn van de Verenigde Naties, één van de gespecialiseerde organisaties ervan of het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie of door regionale organisaties voor economische integratie niet zijnde organisaties die Lid zijn, voorts vooraf te worden goedgekeurd door ten minste twee derde van de leden van die commissies of comités. Indien in een verdrag, overeenkomst, aanvullend verdrag of aanvullende overeenkomst wordt bepaald dat een organisatie die Lid is of een regionale organisatie voor economische integratie die geen Lid is, daarbij partij bij kan worden, worden het door die organisatie uit te oefenen stemrecht en de overige voorwaarden voor deelname daarin omschreven. Een dergelijk verdrag, dergelijke overeenkomst of een dergelijk aanvullend verdrag of dergelijke aanvullende overeenkomst dient, indien de lidstaten van de organisatie geen partij zijn bij dat verdrag, die overeenkomst, dat aanvullende verdrag of die aanvullende overeenkomst en indien de andere partijen slechts een stem hebben te bepalen dat de organisatie slechts een stem heeft in een bij een dergelijk verdrag, dergelijke overeenkomst, dergelijk aanvullend verdrag of dergelijke aanvullende overeenkomst opgericht orgaan, maar dezelfde rechten van deelname geniet als Leden die partij zijn bij een dergelijk verdrag, dergelijke overeenkomst, dergelijk aanvullend verdrag of dergelijke aanvullende overeenkomst;
bevatten geen financiële verplichtingen voor Leden die daarbij geen partij zijn afgezien van hun financiële bijdragen aan de Organisatie voorzien in artikel XVIII, tweede lid, van dit Statuut.
**4.** Elk verdrag, elke overeenkomst, elk aanvullend verdrag of elke aanvullende overeenkomst dat of die door de Vergadering of de Raad wordt goedgekeurd ter voorlegging aan de Leden, wordt voor elke verdragsluitende of overeenkomstsluitende partij van kracht op het tijdstip dat het verdrag, de overeenkomst, het aanvullende verdrag of de aanvullende overeenkomst voorschrijft.
**5.** Voor Geassocieerde Leden worden verdragen, overeenkomsten, aanvullende verdragen en aanvullende overeenkomsten voorgelegd aan de autoriteit die verantwoordelijk is voor de internationale betrekkingen van die Geassocieerde Leden.
**6.** De Vergadering stelt de regels vast voor de procedure die moet worden gevolgd ten behoeve van goed overleg met regeringen en adequate technische voorbereidingen ter overweging door de Vergadering of de Raad van voorgestelde verdragen, overeenkomsten, aanvullende verdragen en aanvullende overeenkomsten.
**7.** Twee afschriften in de oorspronkelijke taal of talen van elk verdrag, elke overeenkomst, elk aanvullend verdrag of elke aanvullende overeenkomst dat of die is goedgekeurd door de Vergadering of de Raad, worden gewaarmerkt door respectievelijk de voorzitter van de Vergadering of van de Raad en door de Directeur-Generaal. Eén van deze afschriften wordt nedergelegd in het archief van de Organisatie. Het andere afschrift wordt ter inschrijving toegezonden aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, zodra het verdrag, de overeenkomst, het aanvullende verdrag of de aanvullende overeenkomst in werking is getreden ten gevolge van een uit hoofde van dit artikel genomen maatregel. De Directeur-Generaal waarmerkt voorts afschriften van die verdragen, overeenkomsten, aanvullende verdragen en aanvullende overeenkomsten en doet daarvan een afschrift toekomen aan elk Lid van de Organisatie en aan de staten die geen Lid zijn, of aan regionale organisaties voor economische integratie die partij kunnen worden bij die verdragen, overeenkomsten, aanvullende verdragen of aanvullende overeenkomsten.
De Engelse tekst van het Statuut is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. I 77. De vertaling is gepubliceerd in Stb. I 77. Het Statuut is gewijzigd door Trb. 1948/77, Trb. 1964/103, Trb. 1967/5, Trb. 1968/136, Trb. 1972/121, Trb. 1974/56, Trb. 1976/24, Trb. 1978/57 en Trb. 1980/55.
Het Statuut is oorspronkelijk door Trb. 1964/103 in werking getreden op 16 oktober 1945.
Artikel XIV
Verdragen en overeenkomsten
Onderdeel van Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 oktober 1945