Naar hoofdinhoud
1. In de in de artikelen 20, 21, 23 en 24 van het Europees Verdrag bedoelde gevallen is voor de toekenning van protheses, hulpmiddelen van grotere omvang en andere verstrekkingen van groot belang de toestemming van de bevoegde autoriteit vereist, behalve bij onmiskenbare spoedgevallen. Indien deze verstrekkingen zijn verleend in een onmiskenbaar spoedgeval dient het orgaan van de woonplaats of van de verblijfplaats het bevoegde orgaan hiervan onverwijld kennisgeving te doen. 2. Indien echter de met de verstrekkingen samenhangende kosten zullen worden vergoed door middel van forfaitaire betalingen, is het niet noodzakelijk de toestemming van het bevoegde orgaan te verkrijgen, noch de in het eerste lid van dit artikel bedoelde kennisgeving te doen. 3. Na goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen stellen de in artikel 3 van het Aanvullend Akkoord ter toepassing van het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid van 14 december 1972 bedoelde verbindingsorganen een lijst van verstrekkingen op waarop het eerste lid van dit artikel van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel