Naar hoofdinhoud
1. De verstrekkingen die worden verleend door het orgaan van een Verdragsluitende Partij voor rekening van het bevoegd orgaan van de andere Verdragsluitende Partij krachtens de artikelen 20, 21, 23 en 24 van het Europees Verdrag, worden vergoed door het orgaan van deze laatste Verdragsluitende Partij. 2. De vergoedingen worden vastgesteld en uitgevoerd overeenkomstig de procedure genoemd in het in artikel 8 van dit Verdrag bedoelde Administratief Akkoord, hetzij tegen overlegging van een bewijs van de werkelijke uitgaven, hetzij op basis van forfaitaire betalingen. In dit laatste geval moeten de forfaitaire betalingen zodanig zijn dat de vergoeding zoveel mogelijk overeenkomt met de werkelijke uitgaven. 3. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen andere methoden van vergoeding overeenkomen of overeenkomen af te zien van elke vergoeding tussen de organen die onder hun rechtsbevoegdheid vallen.

Rechtspraak bij dit artikel