In dit Verdrag worden, behoudens wanneer de context anders vereist, de volgende termen gebruikt met de hieronder omschreven betekenis:
„overeenkomst”: een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een lease-overeenkomst;
„cessie”: een contract waarbij, al dan niet tot zekerheid, de cessionaris geassocieerde rechten verwerft met of zonder een overdracht van het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht;
„geassocieerde rechten”: alle rechten op betaling of andere prestatie door een schuldenaar uit hoofde van een overeenkomst, die worden gedekt door of geassocieerd zijn met de zaak;
„aanvang van de insolventieprocedure”: het tijdstip waarop de insolventieprocedure krachtens het op de insolventie toepasselijke recht wordt geacht aan te vangen;
„voorwaardelijke koper”: een koper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom;
„voorwaardelijke verkoper”: een verkoper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom;
„verkoopcontract”: een contract voor de verkoop van een zaak door een verkoper aan een koper dat geen overeenkomst is als omschreven in onderdeel a hierboven;
„gerecht”: een door een Verdragsluitende Staat ingesteld rechtscollege, administratief rechtscollege of arbitraal scheidsgerecht;
„schuldeiser”: een nemer van een zakelijk recht uit hoofde van een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, een voorwaardelijke verkoper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een verhuurder (lessor) uit hoofde van een lease-overeenkomst;
„schuldenaar”: een gever van een zakelijk recht uit hoofde van een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, een voorwaardelijke koper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een huurder (lessee) uit hoofde van een lease-overeenkomst of een persoon wiens recht op een zaak is belast met een inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht;
„curator”: een persoon die bevoegd is een sanering of liquidatie te leiden, met inbegrip van een tijdelijk bevoegde persoon; een curator omvat mede een schuldenaar die niet uit het beheer van zijn goederen is ontzet, indien het op de insolventie toepasselijke recht zulks toestaat;
„insolventieprocedure”: faillissement, liquidatie of een andere collectieve gerechtelijke of administratieve procedure, met inbegrip van een voorlopige procedure, waarbij de activa en activiteiten van de schuldenaar worden onderworpen aan beheer of toezicht door een gerecht ten behoeve van sanering of liquidatie;
„belanghebbenden”:
de schuldenaar;
iedere persoon die, tot zekerheid van de nakoming van ieder van de verplichtingen jegens de schuldeiser een borgstelling of betalingsgarantie of een standby letter of credit of andere vorm van kredietverzekering geeft of afgeeft;
iedere andere persoon die ten aanzien van de zaak rechten heeft;
„interne transactie”: een soort transactie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met c waarbij het centrum van de primaire zakelijke rechten van alle partijen bij een dergelijke transactie alsmede de betrokken zaak (zoals nader omschreven in het Protocol) op het tijdstip van het sluiten van het contract zijn gelegen in dezelfde Verdragsluitende Staat en waarbij het door de transactie gevestigde zakelijk recht is ingeschreven in een nationaal register in die Verdragsluitende Staat en deze een verklaring overeenkomstig artikel 50, eerste lid, heeft afgelegd;
„internationaal zakelijk recht”: een zakelijk recht van een schuldeiser waarop artikel 2 van toepassing is;
„Internationaal Register”: de internationale inschrijvingsfaciliteiten die zijn ingesteld ten behoeve van dit Verdrag of het Protocol;
„lease-overeenkomst”: een overeenkomst waarbij een persoon (de verhuurder/lessor) een recht van bezit van of zeggenschap over een zaak (met of zonder koopoptie) verleent aan een andere persoon (de huurder/lessee) tegen betaling van huur of een andere vergoeding;
„nationaal zakelijk recht”: een zakelijk recht van een schuldeiser ten aanzien van een zaak, gevestigd door middel van een interne transactie waarop een verklaring uit hoofde van artikel 50, eerste lid, van toepassing is;
„buitencontractueel recht of zakelijk recht”: een recht of zakelijk recht, toegekend ingevolge het recht van een Verdragsluitende Staat die een verklaring uit hoofde van artikel 39 heeft afgelegd, om de nakoming van een verplichting, met inbegrip van een verplichting tegenover een Staat, een orgaan daarvan of een intergouvernementele of private organisatie, te waarborgen;
„kennisgeving van een nationaal zakelijk recht”: een in het Internationaal Register ingeschreven of nog in te schrijven kennisgeving dat een nationaal zakelijk recht is gevestigd;
„zaak”: een zaak van een categorie waarop artikel 2 van toepassing is;
„reeds bestaand recht of zakelijk recht”: elk recht of zakelijk recht ten aanzien van een zaak gevestigd of ontstaan voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag zoals omschreven in artikel 60, tweede lid, onderdeel a;
„opbrengsten”: geldelijke of andere opbrengsten van een zaak voortvloeiende uit de volledige of gedeeltelijke teloorgang of fysieke vernietiging van de zaak of de volledige of gedeeltelijke inbeslagname, verbeurdverklaring of opeising ervan;
„toekomstige cessie”: een cessie die men beoogt tot stand te brengen in de toekomst, wanneer zich een bepaalde gebeurtenis voordoet, ongeacht of de gebeurtenis zich met zekerheid zal voordoen;
„toekomstig internationaal zakelijk recht”: een zakelijk recht dat men als een internationaal zakelijk recht op een zaak beoogt te vestigen of te voorzien in de toekomst, wanneer zich een bepaalde gebeurtenis voordoet (waaronder begrepen de verwerving van een recht op de zaak door de schuldenaar), ongeacht of de gebeurtenis zich met zekerheid zal voordoen;
„toekomstige verkoop”: een verkoop die men beoogt tot stand te brengen in de toekomst, wanneer zich een bepaalde gebeurtenis voordoet, ongeacht of de gebeurtenis zich met zekerheid zal voordoen;
„Protocol”: ten aanzien van alle categorieën zaken en geassocieerde rechten waarop dit Verdrag van toepassing is, het Protocol ten aanzien van een van die categorieën zaken en geassocieerde rechten;
„ingeschreven”: ingeschreven in het Internationaal Register overeenkomstig Hoofdstuk V;
„ingeschreven zakelijk recht”: een internationaal zakelijk recht, een inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht of een nationaal zakelijk recht omschreven in een kennisgeving van een nationaal zakelijk recht dat overeenkomstig Hoofdstuk V is ingeschreven;
„inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht”: een buitencontractueel recht of zakelijk recht dat inschrijfbaar is ingevolge een overeenkomstig artikel 40 neergelegde verklaring;
„Bewaarder”: ten aanzien van het Protocol, de persoon of instantie die door dat Protocol is aangewezen of krachtens artikel 17, tweede lid, onderdeel b, is aangesteld;
„reglement”: krachtens het Protocol door de Toezichthoudende Autoriteit gegeven of goedgekeurd reglement;
„verkoop”: een overdracht van de eigendom van een zaak uit hoofde van een verkoopcontract;
„zekergestelde verplichting”: een verplichting die is gedekt door een zakelijk recht;
„overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht”: een overeenkomst waarbij een gever van een zakelijk recht een nemer van een zakelijk recht een zakelijk recht (met inbegrip van een eigendomsrecht) ten aanzien van een zaak verleent of overeenkomt dit te verlenen, ter verzekering van de nakoming van een bestaande of toekomstige verplichting van de gever van een zakelijk recht of van een derde;
„ zakelijk recht”: een zakelijk recht dat wordt gevestigd door een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht;
„Toezichthoudende Autoriteit”: ten aanzien van het Protocol, de in artikel 17, eerste lid, bedoelde Toezichthoudende Autoriteit;
„overeenkomst tot voorbehoud van eigendom”: een overeenkomst tot verkoop van een zaak op voorwaarde dat de eigendom niet overgaat voordat de in de overeenkomst vervatte vereisten zijn vervuld;
„niet ingeschreven zakelijk recht”: een contractueel zakelijk recht of buitencontractueel recht of zakelijk recht (anders dan een zakelijk recht waarop artikel 39 van toepassing is) en dat niet is ingeschreven, ongeacht of het krachtens dit Verdrag inschrijfbaar is; en
„schriftelijk”: een drager van informatie (met inbegrip van via telecommunicatie verstuurde informatie) in tastbare of andere vorm die bij een latere gelegenheid in tastbare vorm kan worden gereproduceerd en waarin met redelijke middelen de goedkeuring van de informatie door een persoon wordt vermeld.
HOOFDSTUK I
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2010