**1.** De in dit Protocol gebruikte termen hebben, behoudens indien de context anders vereist, de betekenis die daaraan in het Verdrag wordt gegeven.
**2.** In dit Protocol worden de volgende termen gebruikt met de hieronder omschreven betekenis:
„luchtvaartuig”: een luchtvaartuig zoals omschreven voor de toepassing van het Verdrag van Chicago dat hetzij een luchtvaartuigcasco is met daarop geïnstalleerde luchtvaartuigmotoren, hetzij een helikopter;
„luchtvaartuigmotoren”: luchtvaartuigmotoren (anders dan die welke worden gebruikt door de krijgsmacht, douane of politie) die worden aangedreven door straalaandrijving of turbine- of zuigertechnologie en die:
in het geval van luchtvaartuigmotoren met straalaandrijving, een stuwkracht van ten minste 1750 lb (Engelse ponden) of een equivalent daarvan bezitten; en
in het geval van luchtvaartuigmotoren die door turbine- of zuigertechnologie worden aangedreven, ten minste een nominaal startvermogen bezitten van 550 paardenkrachten op de aandrijfas of een equivalent daarvan,
tezamen met alle modules en andere geïnstalleerde, ingebouwde of bevestigde toebehoren, onderdelen en apparatuur en alle gegevens, handleidingen en documenten die daar betrekking op hebben;
„luchtvaartuigzaken”: luchtvaartuigcasco’s, luchtvaartuigmotoren en helikopters;
„luchtvaartuigregister”: een door een Staat of een gemeenschappelijke registratieautoriteit gehouden register voor de toepassing van het Verdrag van Chicago;
„luchtvaartuigcasco’s”: luchtvaartuigcasco’s (anders dan die welke worden gebruikt door de krijgsmacht, douane of politie) die, indien daarop geschikte luchtvaartuigmotoren zijn geïnstalleerd, van de bevoegde luchtvaartautoriteiten een typegoedkeuring hebben voor het vervoer van:
ten minste acht (8) personen met inbegrip van de bemanning; of
meer dan 2750 kilogram goederen,
tezamen met alle geïnstalleerde, ingebouwde of bevestigde toebehoren, onderdelen en apparatuur (anders dan luchtvaartuigmotoren) en alle gegevens, handleidingen en documenten die daar betrekking op hebben;
„gemachtigde partij”: de in artikel XIII, derde lid, bedoelde Partij;
„Verdrag van Chicago”: het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944, zoals gewijzigd, en de Bijlagen daarbij;
„gemeenschappelijke registratieautoriteit”: de autoriteit die een register houdt in overeenstemming met artikel 77 van het Verdrag van Chicago zoals geïmplementeerd door de op 14 december 1967 door de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie aangenomen Resolutie inzake de nationaliteit en inschrijving van luchtvaartuigen geëxploiteerd door internationale exploitatie-instellingen;
„doorhaling van de inschrijving van het luchtvaartuig”: doorhaling van de inschrijving van het luchtvaartuig uit het luchtvaartuigregister in overeenstemming met het Verdrag van Chicago;
„garantieovereenkomst”: een overeenkomst die door een persoon in de hoedanigheid van garant wordt gesloten;
„garant”: een persoon die, tot zekerheid van de nakoming van verplichtingen jegens een schuldeiser die door een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht of een andere overeenkomst zijn zekergesteld, een borgstelling of een betalingsgarantie of een standby letter of credit of andere vorm van kredietverzekering geeft of afgeeft;
„helikopters”: luchtvaartuigen die zwaarder dan de lucht zijn (anders dan die welke worden gebruikt door de krijgsmacht, douane of politie) en die in de lucht hoofdzakelijk worden gedragen door de werking van de lucht op een of meer door een krachtbron aangedreven rotors op hoofdzakelijk verticale assen en die van de bevoegde luchtvaartautoriteiten een typegoedkeuring hebben gekregen voor het vervoer van:
ten minste vijf (5) personen met inbegrip van de bemanning; of
meer dan 450 kilogram goederen,
tezamen met alle geïnstalleerde, ingebouwde of bevestigde toebehoren, onderdelen en apparatuur (met inbegrip van rotors) en alle gegevens, handleidingen en documenten die daar betrekking op hebben;
„insolventiegerelateerde gebeurtenis”:
de aanvang van de insolventieprocedure; of
de verklaarde intentie tot het opschorten of het feitelijk opschorten van betalingen door de schuldenaar indien het recht van de schuldeiser om een insolventieprocedure tegen de schuldenaar aanhangig te maken of rechtsmiddelen toe te passen ingevolge het Verdrag, door de wet of door staatsoptreden wordt belemmerd of geschorst;
„primaire bevoegdheid bij insolventie”: de Verdragsluitende Staat waar het centrum van de hoofdbelangen van de schuldenaar is gelegen, dat terzake wordt geacht de plaats van de statutaire zetel van de schuldenaar te zijn of, indien er geen statutaire zetel is, de plaats waar de schuldenaar is opgericht of tot stand gekomen, tenzij anders wordt bewezen;
„registratieautoriteit”: de nationale autoriteit of de gemeenschappelijke registratieautoriteit die in een Verdragsluitende Staat een luchtvaartuigregister houdt en verantwoordelijk is voor de inschrijving en doorhaling van de inschrijving van een luchtvaartuig in overeenstemming met het Verdrag van Chicago; en
„Staat van inschrijving”: ten aanzien van een luchtvaartuig, de Staat in wiens nationale register een luchtvaartuig is ingeschreven of de Staat waar de gemeenschappelijke registratieautoriteit die het luchtvaartuigregister houdt, is gelegen.
HOOFDSTUK I
Artikel I
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Protocol bij het Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2010