Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel XI

Rechtsmiddelen bij insolventie

Onderdeel van Protocol bij het Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2010

1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing indien een Verdragsluitende Staat die de primaire rechtsmacht bij insolventie heeft, een verklaring ingevolge artikel XXX, derde lid, heeft afgelegd. 2. Indien zich een insolventiegerelateerde gebeurtenis voordoet, stelt de curator of de schuldenaar, naargelang hetgeen van toepassing is, onder voorbehoud van het zevende lid, de luchtvaartuigzaak in het bezit van de schuldeiser, uiterlijk op het vroegste van de volgende twee tijdstippen: aan het einde van de wachttermijn; en op de datum waarop de schuldeiser gerechtigd zou zijn tot bezit van de luchtvaartuigzaak indien dit artikel niet van toepassing zou zijn. 3. Voor de toepassing van dit artikel is de „wachttermijn” het tijdvak dat wordt vermeld in een verklaring van de Verdragsluitende Staat die de primaire rechtsmacht bij insolventie heeft. 4. Verwijzingen in dit artikel naar de „curator” zijn verwijzingen naar die persoon in zijn officiële en niet in zijn persoonlijke hoedanigheid. 5. Tenzij en totdat de schuldeiser de gelegenheid is gegeven tot inbezitneming ingevolge het tweede lid: bewaart de curator of de schuldenaar, naargelang hetgeen van toepassing is, de luchtvaartuigzaak en zorgt hij voor de instandhouding van de zaak en van de waarde ervan in overeenstemming met de overeenkomst; en is de schuldeiser gerechtigd andere vormen van tussentijds redres te verzoeken die ingevolge het toepasselijke recht beschikbaar zijn. 6. Onderdeel a van het voorgaande lid vormt geen beletsel voor het gebruik van de luchtvaartuigzaak krachtens afspraken voor de bewaring van de luchtvaartuigzaak en voor de instandhouding van de zaak en van de waarde ervan. 7. De curator of de schuldenaar, naargelang hetgeen van toepassing is, mag de luchtvaartuigzaak in bezit houden indien hij, op het in het tweede lid bedoelde tijdstip, alle gevallen van verzuim, anders dan een verzuim ontstaan door de opening van een insolventieprocedure, heeft gezuiverd en ermee heeft ingestemd alle toekomstige verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst na te komen. Ten aanzien van een verzuim bij de nakoming van die toekomstige verplichtingen is geen tweede wachttermijn van toepassing. 8. Ten aanzien van de in artikel IX, eerste lid, genoemde rechtsmiddelen geldt dat: deze beschikbaar worden gesteld door de registratieautoriteit en andere administratieve autoriteiten in een Verdragsluitende Staat, naargelang hetgeen van toepassing is, uiterlijk vijf werkdagen na de datum waarop de schuldeiser die autoriteiten ervan kennis heeft gegeven dat hij gerechtigd is die rechtsmiddelen in overeenstemming met het Verdrag te bewerkstelligen; en de desbetreffende autoriteiten met spoed met de schuldeiser samenwerken en deze bijstaan bij de toepassing van deze rechtsmiddelen in overeenstemming met de toepasselijke wetten en voorschriften inzake de veiligheid van de luchtvaart. 9. De toepassing van de door het Verdrag of dit Protocol toegestane rechtsmiddelen mag na de in het tweede lid bedoelde datum niet worden belemmerd of vertraagd. 10. De verplichtingen van de schuldenaar ingevolge de overeenkomst mogen zonder de instemming van de schuldeiser niet worden gewijzigd. 11. Niets in het voorgaande lid mag zodanig worden uitgelegd dat de eventuele bevoegdheid van de curator ingevolge het toepasselijke recht om de overeenkomst te beëindigen, wordt aangetast. 12. Geen enkel recht of zakelijk recht, behoudens buitencontractuele rechten of zakelijke rechten van een categorie waarop een verklaring ingevolge artikel 39, eerste lid, van toepassing is, heeft bij een insolventieprocedure voorrang boven ingeschreven zakelijke rechten. 13. Het Verdrag zoals gewijzigd door artikel IX van dit Protocol is van toepassing op de aanwending van rechtsmiddelen ingevolge dit artikel. 2. Indien zich een insolventiegerelateerde gebeurtenis voordoet, stelt de curator of de schuldenaar, naargelang hetgeen van toepassing is, op verzoek van de schuldeiser, de schuldeiser binnen de in een verklaring van een Verdragsluitende Staat ingevolge artikel XXX, derde lid, genoemde termijn, ervan in kennis of hij: alle gevallen van verzuim, anders dan een verzuim ontstaan door de opening van een insolventieprocedure, zal zuiveren en ermee instemt alle toekomstige verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst en de daaraan gerelateerde transactiedocumenten na te komen; of de schuldeiser in de gelegenheid zal stellen de luchtvaartuigzaak, in overeenstemming met het toepasselijke recht, in bezit te nemen. 3. Het in het voorgaande lid, onderdeel b, bedoelde toepasselijke recht kan het gerecht toestaan te verlangen dat een aanvullende maatregel wordt genomen of een aanvullende garantie wordt gesteld. 4. De schuldeiser levert bewijs van zijn vorderingen en bewijst dat zijn internationale zakelijk recht is ingeschreven. 5. Indien de curator of de schuldenaar, naargelang hetgeen van toepassing is, geen kennisgeving doet in overeenstemming met het tweede lid, of indien de curator of de schuldenaar heeft verklaard dat hij de schuldeiser in de gelegenheid stelt de luchtvaartuigzaak in bezit te nemen, maar verzuimt zulks te doen, kan het gerecht de schuldeiser toestaan de luchtvaartuigzaak in bezit te nemen op de door het gerecht bevolen voorwaarden en kan het gerecht verlangen dat een aanvullende maatregel wordt genomen of een aanvullende garantie wordt gesteld. 6. Hangende een beslissing door een gerecht ter zake van de vordering en het internationale zakelijk recht, wordt de luchtvaartuigzaak niet verkocht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel