Naar hoofdinhoud

TITEL III › HOOFDSTUK 1

Artikel 21

Douanerechten op producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap

Onderdeel van Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds· Internationaal publiekrecht

1. Het basisdouanerecht voor elk product is het recht dat in bijlage III is vermeld. 2. In de handel tussen de partijen worden geen nieuwe douanerechten ingevoerd en worden de in bijlage III vermelde rechten niet verhoogd. 3. In afwijking van lid 2 mag Centraal-Afrika uiterlijk vanaf 1 januari 2013 in het kader van de instelling van een gemeenschappelijk buitentarief de in bijlage III vermelde basisdouanerechten voor producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap herzien voor zover het algemeen effect van deze rechten niet groter is dan dat van de in bijlage III vermelde rechten. In dat geval wordt bijlage III door het EPO-comité gewijzigd. 4. De invoerrechten op producten die als van oorsprong uit de Europese Gemeenschap worden beschouwd en die onder de categorieën 1, 2 en 3 van bijlage III zijn opgenomen, worden definitief afgeschaft overeenkomstig het schema in onderstaande tabel. De aldaar opgenomen percentages waarmee de tarieven worden verlaagd, zijn van toepassing op de in lid 1 bedoelde tarieven of op eventuele nieuwe tarieven die overeenkomstig lid 3 worden vastgesteld. Categorie 1.1.2008 1.1.2009 1.1.2010 1.1.2011 1.1.2012 1.1.2013 1.1.2014 1 0% 0% 25% 50% 75% 100% 2 0% 0% 0% 15% 30% 45% 60% 3 0% 0% 0% 0% 0% 0% 10% Categorie 1.1.2015 1.1.2016 1.1.2017 1.1.2018 1.1.2019 1.1.2020 1.1.2021 1 2 75% 90% 100% 3 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Categorie 1.1.2022 1.1.2023 1 2 3 90% 100% 5. De invoer van producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap die in bijlage III onder categorie 5 zijn opgenomen, bestaat uit producten waarvoor het douanerecht volgens de leden 1 en 3 is vastgesteld; de douanerechten voor deze categorie worden noch verlaagd, noch afgeschaft. 6. In geval van ernstige problemen in verband met de invoer van een bepaald product, kan het EPO-comité in gemeenschappelijk overleg het tijdschema voor de verlaging en afschaffing van douanerechten opnieuw onderzoeken en de voor de verlaging of afschaffing uitgetrokken tijd eventueel verlengen. Bij een dergelijk nieuw onderzoek kan de in het schema voor het betrokken product genoemde periode niet worden verlengd tot na de maximale overgangsperiode voor verlaging of afschaffing van het recht voor dat product. Indien het EPO-comité binnen dertig dagen na een verzoek om een nieuw onderzoek van het tijdschema geen besluit heeft genomen, kan Centraal-Afrika het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar.

Rechtspraak bij dit artikel