**1.** Behoudens het bepaalde in artikel 30 kan een partij, na alternatieve oplossingen te hebben onderzocht, vrijwaringsmaatregelen van beperkte duur vaststellen die afwijken van artikel 20 of 21, op de voorwaarden van en in overeenstemming met de procedures in dit artikel.
**2.** De in lid 1 genoemde vrijwaringsmaatregelen kunnen worden getroffen wanneer een product uit een van de partijen in het gebied van de andere partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat deze invoer:
op het gebied van de invoerende partij ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten, of
leidt tot of dreigt te leiden tot verstoring van een economische sector, met name wanneer hierdoor grote sociale problemen of moeilijkheden ontstaan die een ernstige verslechtering van de economische situatie van de invoerende partij tot gevolg kunnen hebben, of
verstoring van de markten voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende landbouwproducten3)Voor de toepassing van dit artikel zijn landbouwproducten producten die vallen onder bijlage I bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw. of van de mechanismen tot regeling van die markten veroorzaakt of dreigt te veroorzaken.
**3.** De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om de in lid 2 en lid 5, onder b), bedoelde ernstige schade of verstoringen te verhelpen of te voorkomen. Deze vrijwaringsmaatregelen van de invoerende partij mogen alleen uit een of meer van de volgende maatregelen bestaan:
schorsing van een verdere verlaging van het invoerrecht op het betrokken product, zoals neergelegd in deze overeenkomst,
verhoging van het douanerecht op het betrokken product tot een niveau dat het voor andere WTO-leden geldende recht niet overschrijdt, en
invoering van tariefcontingenten voor het betrokken product.
**4.** Onverminderd de leden 1 tot en met 3 kan de EG, wanneer een product van oorsprong uit een of meer overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden wordt ingevoerd dat hierdoor voor een of meer ultraperifere gebieden van de EU een van de in lid 2, onder a), b) of c), genoemde situaties ontstaat of dreigt te ontstaan, volgens de in de leden 6 tot en met 9 neergelegde procedures toezichts- of vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt zijn tot het gebied of de gebieden in kwestie.
**5.** Onverminderd de leden 1 tot en met 3 kan een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat, wanneer een product van oorsprong uit de EG in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden wordt ingevoerd dat hierdoor voor die staat een van de in lid 2, onder a), b) of c), genoemde situaties ontstaat of dreigt te ontstaan, volgens de in de leden 6 tot en met 9 neergelegde procedures toezichts- of vrijwaringsmaatregelen nemen die tot zijn gebied beperkt zijn.
Een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat kan vrijwaringsmaatregelen nemen wanneer een product van oorsprong uit de EG als gevolg van de verlaging van de douanerechten in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden op zijn gebied wordt ingevoerd dat hierdoor voor een opkomende industrie die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt, verstoringen ontstaan of dreigen te ontstaan. Deze bepaling geldt voor een periode van vijftien jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. De maatregelen moeten in overeenstemming met de leden 6 tot en met 9 worden genomen.
**6.** De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen worden slechts zolang gehandhaafd als nodig is om de ernstige schade of verstoringen als bedoeld in de leden 2, 4 en 5 te voorkomen of te verhelpen.
De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen gelden voor niet meer dan twee jaar. Wanneer de omstandigheden die de instelling van vrijwaringsmaatregelen rechtvaardigden, blijven bestaan, kunnen deze maatregelen worden verlengd voor nog eens maximaal twee jaar. Wanneer door de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten of door een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat een vrijwaringsmaatregel wordt getroffen, of wanneer de EG vrijwaringsmaatregelen treft die tot het gebied van een of meer van haar ultraperifere gebieden beperkt zijn, gelden deze maatregelen evenwel voor maximaal vier jaar, waarna zij met nog eens maximaal vier jaar kunnen worden verlengd wanneer de omstandigheden die de instelling van vrijwaringsmaatregelen rechtvaardigden, blijven bestaan.
De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen die voor meer dan één jaar gelden, zijn gekoppeld aan een duidelijk tijdschema voor hun geleidelijke afschaffing, uiterlijk aan het einde van de vastgestelde periode.
Ten aanzien van een product waarop al eerder vrijwaringsmaatregelen van toepassing waren, mogen gedurende een periode van ten minste één jaar na het verstrijken van die maatregelen niet opnieuw vrijwaringsmaatregelen als bedoeld in dit artikel worden genomen.
**7.** Voor de tenuitvoerlegging van de leden 1 tot en met 6 gelden de volgende bepalingen:
Wanneer een partij van oordeel is dat er sprake is van een van de in de leden 2, 4 en/of 5 bedoelde omstandigheden, verwijst zij de aangelegenheid onmiddellijk naar het EPO-comité.
Het EPO-comité kan aanbevelingen doen om in de gerezen omstandigheden uitkomst te bieden. Indien het EPO-comité daartoe geen aanbevelingen heeft gedaan, of indien er binnen 30 dagen nadat de aangelegenheid aan het EPO-comité werd voorgelegd geen bevredigende oplossing is bereikt, kan de invoerende partij overeenkomstig dit artikel passende maatregelen vaststellen om de problemen op te lossen.
Alvorens een in dit artikel bedoelde maatregel te nemen, of, in de gevallen waarin lid 8 van toepassing is, zo spoedig mogelijk, verstrekt de betrokken partij het EPO-comité alle informatie ter zake die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor de betrokken partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij de keuze van vrijwaringsmaatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het gerezen probleem doeltreffend en snel oplossen en die tegelijk de werking van deze overeenkomst zo min mogelijk verstoren.
Alle krachtens dit artikel genomen vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het EPO-comité gebracht en in dat comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing van de maatregelen zodra de omstandigheden dat toelaten.
**8.** Wanneer wegens uitzonderlijke omstandigheden onmiddellijk maatregelen moeten worden genomen, kan de betrokken invoerende partij, of dit nu de EG is, de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten of een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat, voorlopig de in de leden 3, 4 en/of 5 bedoelde maatregelen nemen zonder aan de vereisten van lid 7 te voldoen. Deze voorlopige maatregelen hebben een maximale duur van 180 dagen wanneer ze door de EG worden genomen, of van 200 dagen wanneer ze door de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten of een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat worden genomen of wanneer ze door de EG worden genomen en beperkt zijn tot een of meer ultraperifere gebieden. De duur van de voorlopige maatregelen wordt afgetrokken van de duur van de maatregelen en eventuele verlengingen als bedoeld in lid 6. Wanneer voorlopige maatregelen worden genomen, wordt rekening gehouden met de belangen van alle betrokken partijen. De betrokken invoerende partij stelt de andere betrokken partij in kennis en verwijst de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek naar het EPO-comité.
**9.** Indien een invoerende partij de invoer van een product onderwerpt aan een administratieve procedure die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van handelsstromen die tot de in dit artikel bedoelde problemen kunnen leiden, stelt zij het EPO-comité onverwijld daarvan in kennis.
**10.** Er kan geen beroep op de WTO-overeenkomst worden gedaan om een partij te beletten vrijwaringsmaatregelen overeenkomstig dit artikel te nemen.
TITEL III › HOOFDSTUK 2
Artikel 31
Bilaterale vrijwaringsmaatregelen
Onderdeel van Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds· Internationaal publiekrecht