Naar hoofdinhoud

TITEL V › HOOFDSTUK 3

Artikel 58

Voortzetting van de onderhandelingen op het gebied van de intellectuele eigendom

Onderdeel van Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds· Internationaal publiekrecht

1. De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (de „TRIPs-overeenkomst”) en erkennen dat zij voor de intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten en voor de andere door de TRIPs-overeenkomst bestreken rechten een passend en doeltreffend beschermingsniveau overeenkomstig de internationale normen moeten garanderen, teneinde verstoringen van de bilaterale handel en handelsbelemmeringen te beperken. 2. Met inachtneming van de aan de Afrikaanse Organisatie voor de intellectuele eigendom (OAPI) overgedragen bevoegdheden verbinden de partijen zich ertoe vóór 1 januari 2009 onderhandelingen af te sluiten over een reeks verbintenissen op het gebied van de intellectuele-eigendomsrechten. 3. De partijen komen eveneens overeen hun samenwerking op het gebied van de intellectuele-eigendomsrechten te versterken. Die samenwerking moet erop gericht zijn de tenuitvoerlegging van de verbintenissen van elke partij te ondersteunen en moet met name tot de volgende terreinen worden uitgebreid: versterking van initiatieven ten aanzien van de regionale integratie in Centraal-Afrika, met het oog op een verbetering van de regionale regelgevingscapaciteit en de regionale wetgeving en voorschriften; voorkoming van misbruik van genoemde rechten door de houders ervan en van schendingen van die rechten door concurrenten; steun bij de opstelling van nationale wetten en voorschriften in Centraal-Afrika voor de bescherming en toepassing van intellectuele-eigendomsrechten. 4. Bij de onderhandelingen wordt uitgegaan van een tweefasenaanpak, die erin bestaat de voorschriften eerst in het kader van de regionale integratie in Centraal-Afrika toe te passen en vervolgens, na het verstrijken van een in onderling overleg vastgestelde overgangsperiode, op bilateraal niveau. 5. Bij de onderhandelingen wordt rekening gehouden met het uiteenlopende ontwikkelingsniveau van de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten.

Rechtspraak bij dit artikel