De partijen erkennen:
hun gemeenschappelijke belang bij de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, met name van hun recht op een persoonlijke levenssfeer, in verband met de verwerking van persoonsgegevens,
het belang van de handhaving van doeltreffende regelingen voor de gegevensbescherming als middel om de belangen van consumenten te beschermen, om het vertrouwen van investeerders te stimuleren en om grensoverschrijdende stromen van persoonsgegevens te vereenvoudigen,
dat persoonsgegevens op transparante en eerlijke wijze moeten worden verzameld en verwerkt, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de betrokkene, en komen overeen passende wet- en regelgeving vast te stellen en de voor de tenuitvoerlegging daarvan benodigde bestuurlijke capaciteit ter beschikking te stellen, met inbegrip van onafhankelijke controle-instanties, opdat overeenkomstig de bestaande hoge internationale normen een passend niveau van bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens wordt gewaarborgd4)Hierbij gaat het om de in de volgende internationale overeenkomsten vastgestelde normen:i.richtsnoeren voor de reglementering inzake digitale bestanden met persoonsgegevens, gewijzigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1990;ii.aanbeveling van de Raad van de OESO betreffende richtsnoeren voor de bescherming van privacy en grensoverschrijdend verkeer van persoonsgegevens van 23 september 1980. .
TITEL V › HOOFDSTUK 6
Artikel 61
Algemene doelstelling
Onderdeel van Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds· Internationaal publiekrecht