Naar hoofdinhoud

TITEL VI › HOOFDSTUK 3 › AFDELING II

Artikel 77

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Onderdeel van Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds· Internationaal publiekrecht

1. Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet voor afloop van de redelijke termijn kennisgeeft van de maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregelen waarvan overeenkomstig artikel 76, lid 1, is kennisgegeven, niet in overeenstemming zijn met de verplichtingen van die partij uit hoofde van deze overeenkomst, biedt de partij waartegen de klacht gericht is of, in voorkomend geval, de betrokken overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat de klagende partij, op haar verzoek, een tijdelijke compensatie aan. Deze compensatie kan geheel of ten dele bestaan uit een financiële vergoeding. Deze overeenkomst legt de partij waartegen de klacht gericht is of, in voorkomend geval, de betrokken overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat echter geen verplichting op een dergelijke financiële vergoeding aan te bieden. 2. Indien binnen 30 dagen na het eind van de redelijke termijn of na de in artikel 76 bedoelde uitspraak van het arbitragepanel dat een maatregel die is getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven niet verenigbaar is met de bepalingen van deze overeenkomst, door de partijen geen overeenstemming is bereikt over compensatie, is de klagende partij gerechtigd om, na de andere partij hiervan in kennis te hebben gesteld, passende maatregelen vast te stellen. Deze maatregelen kunnen worden vastgesteld door de klagende partij of, in voorkomend geval, door de betrokken overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat. 3. Wanneer de klagende partij of, in voorkomend geval, de betrokken overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat dergelijke maatregelen vaststelt, streeft zij (hij) ernaar evenredige maatregelen te kiezen die zo min mogelijk van invloed zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en houdt zij (hij) rekening met de gevolgen ervan voor de economie van de partij waartegen de klacht gericht is en voor elk van de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten. 4. De EG betracht de nodige terughoudendheid bij het vragen van compensatie of bij de vaststelling van passende maatregelen uit hoofde van de leden 1 of 2. 5. De compensatie en de passende maatregelen zijn van tijdelijke aard en worden slechts toegepast totdat de maatregel waarvan was vastgesteld dat hij in strijd was met de bepalingen van deze overeenkomst, is ingetrokken of is gewijzigd en met die bepalingen in overeenstemming is gebracht, of totdat de partijen zijn overeengekomen hun geschil bij te leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel