Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2010

1. Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk of elektronisch, rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, die zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd dienen te worden, of, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch. 2. Verzoeken ingevolge het eerste lid bevatten de volgende gegevens: de identiteit van de functionaris die het verzoek doet; het onderwerp van en de redenen voor het verzoek, alsmede de aard van de verzochte bijstand; de namen en adressen van de personen op wie het verzoek betrekking heeft, voor zover bekend; en een korte beschrijving van de desbetreffende zaak en van de wettelijke bepalingen die erop van toepassing zijn. 3. De douaneadministratie van de aangezochte Verdragsluitende Partij voldoet aan een verzoek bij het beantwoorden van een verzoek een bepaalde methode of techniek te hanteren, tenzij die methode of techniek in strijd zou zijn met de wet- en regelgeving, het beleid of de uitvoeringspraktijk van de aangezochte Verdragsluitende Partij.

Rechtspraak bij dit artikel