Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2010

1. De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. 2. Bijstand uit hoofde van dit Verdrag wordt door de Verdragsluitende Partijen verleend in overeenstemming met hun nationale wetgeving en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van hun douaneadministraties. 3. Dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie inzake zijn huidige en toekomstige verplichtingen als lidstaat van de Europese Unie en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen, alsmede zijn huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie. 4. De douaneadministratie van het Koninkrijk der Nederlanden informeert de douaneadministratie van Canada over verplichtingen als bedoeld in het derde lid die ontstaan na de datum van ondertekening van dit Verdrag en gevolgen zouden kunnen hebben voor de uit dit Verdrag voortvloeiende verplichtingen. 5. Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen; particulieren kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen informatie te verkrijgen, bewijsmateriaal te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten. 6. Indien bijstand ter zake van in dit Verdrag geregelde aspecten dient te worden verleend in overeenstemming met een andere geldende samenwerkingsovereenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke autoriteiten het betreft.

Rechtspraak bij dit artikel