Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIII

Artikel 19

Artikel 19

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mauritius inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2009

1. Indien de bijstand waarom uit hoofde van dit Verdrag wordt verzocht, een inbreuk zou kunnen vormen op de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of een ander wezenlijk nationaal belang van de aangezochte Verdragsluitende Partij, of rechtmatige handels- of beroepsbelangen zou kunnen schaden, kan deze bijstand door die Verdragsluitende Partij worden geweigerd of worden verstrekt onder de voorwaarden die zij verlangt. 2. Indien de verzoekende administratie niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie. 3. De bijstand kan worden uitgesteld indien er gronden zijn om aan te nemen dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte administratie verlangt. 4. Indien de aangezochte administratie van mening is dat de inspanningen die moeten worden verricht om aan het verzoek te voldoen duidelijk niet in verhouding staan tot het beoogde nut voor de verzoekende administratie, kan zij de gevraagde bijstand weigeren. 5. Indien de bijstand wordt geweigerd of uitgesteld, worden de redenen hiervoor medegedeeld.

Rechtspraak bij dit artikel