Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mauritius inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2009

1. De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid te waarborgen van de internationale logistieke keten. 2. Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een Verdragsluitende Partij wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie. 3. Dit Verdrag laat onverlet de huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit enige bestaande of toekomstige vrijhandelszone, douane-unie, gemeenschappelijke markt, economische of monetaire unie of andere soortgelijke regionale overeenkomst inzake economische integratie, waarbij een van de Verdragsluitende Partijen partij is of zou kunnen worden. 4. Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand moet worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte Verdragsluitende Partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten, en waar bekend het desbetreffende verdrag dat of de desbetreffende regeling die van toepassing is, vermelden. 5. Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.

Rechtspraak bij dit artikel