Naar hoofdinhoud
(1). Een Partij kan het Verdrag na verloop van vijf jaar na de datum waarop het voor die Partij in werking is getreden, te allen tijde opzeggen. (2). Opzegging geschiedt door middel van schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal, die alle andere Partijen van de ontvangst van zodanige kennisgevingen van de datum van ontvangst op de hoogte stelt. (3). Een opzegging wordt van kracht twaalf maanden na ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de Secretaris-Generaal of na verloop van een langere periode die in de kennisgeving kan worden aangegeven.

Rechtspraak bij dit artikel