**1.** Behoudens in de gevallen genoemd in artikel 8 onder b), d) en f), is een Rijnvarende, in de loop van een jaar, niet gehouden te werken op minstens zeven feestdagen, welke door elke Verdragsluitende Staat moeten worden vastgesteld naar keuze uit de volgende acht dagen: Nieuwjaarsdag, eerste en tweede Paasdag, 1 Mei, eerste en tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag.
**2.** De uren, waarop gewerkt is op die dagen, worden als overuren beschouwd, waarover de betrokken Rijnvarenden recht hebben op een vergoeding overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.
**3.** Het bepaalde in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing, van 1 Mei tot en met 30 September, op passagiersschepen, welke ten hoogste 100 ton goederen vervoeren en welke een geregelde dienst onderhouden.
TITEL VI
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsvoorwaarden van Rijnvarenden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 1959