Naar hoofdinhoud

TITEL XI

Artikel 25

Artikel 25

Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsvoorwaarden van Rijnvarenden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 1959

1. In elke Verdragsluitende Staat en aan boord van elk schip waarop dit Verdrag van toepassing is en dat toebehoort aan rederijen of aan particulieren, die hun hoofdkantoor op het grondgebied van de betrokken Staat hebben, zal aan dit Verdrag door alle passendemaatregelen en in het bijzonder door middel van collectieve arbeidsovereenkomsten, uitvoering worden gegeven. Indien een particulier geen hoofdkantoor bezit op het grondgebied van de betrokken Staat, wordt voor de toepassing van dit Verdrag zijn woonplaats als zodanig beschouwd. 2. Elke Verdragsluitende Staat mag de toepassing van dit Verdrag controleren binnen zijn grondgebied en zonder onderscheid van vlag of nationaliteit aan boord van alle schepen waarop dit Verdrag van toepassing is. 3. Indien er op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat door de autoriteiten van die Staat aan boord van een schip, dat aan een in een andere Verdragsluitende Staat gevestigde rederij of particulier toebehoort, een overtreding van het bepaalde in dit Verdrag wordt vastgesteld, zullen de autoriteiten, die de overtreding vaststelden, daarvan onmiddellijk kennis geven aan de bevoegde autoriteiten van de andere Staat, die passende maatregelen moeten nemen. 4. Elke Verdragsluitende Staat kan met een andere Verdragsluitende Staat bijzondere regelingen treffen, ten einde de bemiddeling van de autoriteiten van die Staat te verkrijgen voor de vaststelling of het onderzoek van overtredingen aan boord van een schip, dat zich op het grondgebied van die Staat bevindt en in de eerstbedoelde Staat thuisbehoort. Deze bijzondere regelingen kunnen bepalen, dat de betrokken autoriteiten zullen optreden in een of meer der volgende gevallen: wanneer een verzoek wordt gedaan door de Staat, waar het schip thuisbehoort; wanneer een verzoek wordt gedaan door een Rijnvarende aan boord van het betrokken schip of door een werknemersorganisatie; wanneer een verzoek wordt gedaan door een werkgever of door een organisatie van werkgevers. 5. De regering van een Verdragsluitende Staat, die geen Rijnoeverstaat is en op wiens grondgebied een rederij of een particulier gevestigd is, die op het grondgebied van een Rijnoeverstaat of van België over een bijkantoor beschikt, kan regelingen treffen met de regering van die Staat, opdat deze gedeeltelijk of geheel in de plaats van de eerstgenoemde Staat zou kunnen treden voor de controle op de naleving van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel